Coks Feenstra

Welkom

Persoonlijk

Publicaties

Boeken

Lezingen

Vragen & Antwoorden

Contact

Subscribe to our mailing list

* indicates required

- Themas -


- Zoeken -

Zoek door middel van trefwoorden het thema dat jou persoonlijk interesseert:

Publicaties

ONTWIKKELING VAN TAAL IN DE EERSTE JAREN VAN HET KIND

ONTWIKKELING VAN TAAL IN DE EERSTE JAREN VAN HET KIND

Het is bekend dat twee-en drielingen later zijn met praten dan een eenlingkind.

Deze achterstand wordt na de eerste jaren ingehaald, waarbij soms hulp van een logopedist of ontwikkelingspsycholoog nodig is (ofwel een peuterspeelzaal met een speciaal taalstimulatie klasje).

Om een idee te hebben hoe de taalontwikkeling van een (eenling) kind zich ontwikkelt, vermeld ik hieronder de belangrijkste mijlpalen van 0 tot 6 jaar.

DE ONTWIKKELING VAN TAAL PER JAAR

0-12 MAANDEN

Zo rond de 12 maanden:

• Het kind maakt oogcontact en kan zijn blik goed richten

• Het kind speelt kiekeboe en doet zelf actief mee of wel nodigt zijn ouders uit om het met hem te spelen.

• Begrijpt eenvoudige opdrachten zoals ‘niet aankomen’, ‘pak maar’, ‘je pop is in de keuken’.

• Reageert op ‘nee’ en op zijn naam.

• Weet de aandacht van zijn ouders te trekken door middel van kreten, huilen of klanken die op een woord lijken. Uh uh.

• Maakt gebruik van gebaren, zoals ’nee en ja’ zeggen met zijn hoofd, in zijn handjes klappen, zwaaien met hand, aanwijzen etc. Een goede ontwikkeling van gebaren leidt tot een goede taalontwikkeling.

1 – 2 JAAR

• Probeert woorden na te zeggen; gebruikt uitroepen zoals Oh, oh.

• Zegt zijn eerste woordjes, papa, mama, mijn…. tussen 12 en 15 maanden.

• Bij 18 maanden heeft het kind een woordenschat van 10 à 20 woorden, die misschien nog niet geheel duidelijk zijn, maar die ouders wel begrijpen.

Het is bekend dat twee-en drielingen later zijn met praten dan een eenlingkind.

• Bij 24 maanden bevat zijn woordenschat 50 à 70 woorden.

• Praat in zinnen van twee woorden. Voegt namelijk twee woordjes samen. Bijvoorbeeld: mama weg; melk meer; mag….ja?

• Doet geluiden na, zoals het blaffen van een hond.

• Herkent en begrijpt vele nieuwe woorden, maar gebruikt ze nog niet.

• Begrijpt de betekenis van sommige voorwerpen, zoals een lepel, een kam, een slap. Het kind pakt bijvoorbeeld een slap om aan te geven dat hij wil eten.

• Kent 3 à 5 lichaamsdelen.

• Volgt een eenvoudige aanwijzing op (kom even hier zitten) en ook een routinematige aanwijzing dat uit twee delen bestaat, zoals kleren uit, pijama aan.

• Luistert naar een kort, bekend verhaaltje

• Zegt zijn eigen naam.

2 – 3 JAAR

Als het kind 3 jaar is, zal het de volgende mijlpalen hebben bereikt:

• Begrijpt het meeste van wat tegen hem gezegd wordt.

• Kan stilzitten, luisteren naar een bekend verhaal en daarover praten.

• Begrijpt begrippen als in, boven op, onder

• Kan zijn naam en leeftijd zeggen als er naar gevraagd wordt. Kent ook zijn geslacht.

• Stelt en beantwoordt vragen, zoals waar is papa?

Het is bekend dat twee-en drielingen later zijn met praten dan een eenlingkind.

• Praat in zinnen van 3 à 4 woorden.

• Heeft een woordenschat van 400 à 450 woorden.

• Wedijvert met co-twin in het praten (beiden willen tegelijk gehoord worden).

• Snapt de bedoeling van sommige bekende voorwerpen. Waar eet je mee?

• Volgt een opdracht op dat uit twee delen bestaat, zoals Doe je jas uit en hang hem op.

• In zijn taalgebruik klinken veel verschillende soorten woorden (zelfstandige naamwoorden, bijwoorden, etc.); ook leert het kind continu nieuwe woorden bij.

• Praat in de meervoudsvorm (stoelen) en met het bezittelijk voornaamwoord, mama’s auto.

• Gebruikt het werkwoord zijn in zijn verschillende vormen, zoals mama is aan het koken, dit is van mij.

• Gebruikt voornaamwoorden, zoals ik, mij, jij, van mij

• Het kind gebruikt complexere zinnen, maar vertoont nog haperingen en herhalingen.

• Het grootste deel van de tijd begrijp je wat je kind zegt ondanks de vele fouten.

• Moeilijkheden met de r en s komen veel voor.

3 – 4 JAAR

Vanaf deze leeftijd gaat de taalontwikkeling heel snel. Als het kind zo’n 4 jaar is, zal het de volgende mijlpalen hebben bereikt:

• Volgt complexere opdrachten uit.

• Begrijpt het concept van eenvoudige cijfers (1 tot 5 of 10) en kent de hoofdkleuren.

• Praat in zinnen van 4 à 5 woorden.

• Heeft een woordenschat van 1000 woorden.

• Zijn zinnen worden steeds complexer en beginnen vaak met waar, wat, wie, waarom. Het kind wacht op antwoord.

• Het vertelt eenvoudige verhaaltjes, met gebruik van verschillende tijden, zoals de tegenwoordige tijd, verleden- en toekomstige tijd.

• Gebruikt voornaamwoorden, zoals hij, zij, zij meervoud, ons.

• Verbuigt het werkwoord zijn op de juist manier, zoals ik ben, zij zijn, hij is, ook in vragende zinnen.

• Zijn taal is goed te begrijpen is met een aantal fouten in de uitspraak.

• Gebruikt taal om met vriendjes te communiceren en te onderhandelen.

4 – 5 JAAR

Tegen de tijd dat het kind 5 jaar is, zal het de volgende mijlpalen hebben bereikt:

• Begrijpt de betekenis van tijd en gebruikt deze correct in de zinnen; begrijpt ook het meer complexe concept van cijfers.

• Kan met iets bezigs zijn en tegelijkertijd een opdrachtje horen en uitvoeren.

• Begrijpt spelregels.

• Kent bijna alle kleuren.

• Praat in zinnen van 5 à 6 woorden

• Heeft een woordenschat van 1.500 woorden.

• Luistert naar opdrachten en voert opdrachten die uit drie onderdelen bestaan, uit.

• Begrijpt concepten als tussen, boven, onder, etc.

• Vergelijkt voorwerpen, ziet de verschillen en classificeert ze naar soort.

• Begrijpt vragen met hoe, wat als, wanneer en gebruikt ze zelf.

• Begrijpt begrippen als eerste, middelste en laatste en telt tot 10.

• Gebruikt enkele onregelmatige meervouden van zelfstandig naamwoord correct, zoals kind, kinderen, ei, eieren.

• Kan een verhaaltje na vertellen in eigen woorden.

• Gebruikt met zekere accuratie de verleden tijdsvormen.

• Spreekt de meeste woorden goed uit behalve enkele, zoals de r.

5 -6 JAAR

• Stelt vragen als wat gebeurt er als?

• Begrijpt wat een antonym en synonym is.

• Kan links en rechts onderscheiden

• Gebruikt alle voornaamwoorden op de juiste manier

• Gebruikt op de juiste manier de overtreffende trap, zoals de grootste en gebruikt bijvoeglijke naamwoorden, zoals langzaam.

• Gebruikt taal om met vriendjes compromissen te sluiten en te onderhandelen

• Gebruikt zinnen die qua formulering op zinnen van de volwassenen lijken.

Bron:

http://www.twinsuk.co.uk/twinstips/14/95/twins-language-&-development/language-development-in-twins,-triplets-&-higher-order-multiples/



[ meer artikelen over De opvoeding van een tweeling / drieling ]

Coks Feenstra - Psicóloga Infantil

design by Gissel Enriquez - development by Jeronimo Design