Coks Feenstra

Welkom

Persoonlijk

Publicaties

Boeken

Lezingen

Vragen & Antwoorden

Contact

Subscribe to our mailing list

* indicates required

- Themas -

Vragen en twijfels van ouders

Opvoeding

Vraag van Dimphie (Nederland, 9 oktober 2018)
James en Sarah zijn 4,5 jaar. Sarah wilde al bij het wennen op school een vriendinnetje mee naar huis nemen. Ze speelt het liefst elke dag na school nog met vriendjes. James is wat rustiger begonnen. Hij vindt het fantastisch als er iemand bij ons komt spelen. Maar nodigt nog niemand uit en slaat uitnodigingen (nog)bewust af. Prima natuurlijk. Nu ontstaat er thuis een wedstrijd met het vriendje dat bij Sarah komt spelen. Ze proberen het allebei te veroveren met hun mooiste speelgoed. Het vriendje heeft het doorgaans heel leuk, voelt zich lekker populair. Maar ik moet mijn meestal zo heerlijk spelende tweeling constant uit elkaar halen. Ik heb James van de week duidelijk gemaakt dat als hij met een vriendje wil spelen dat hij dan zelf een afspraak moet gaan maken en niet met Sarahs vriendjes mag spelen. (Behalve als ze het alledrie goed vinden natuurlijk) Gisteren had hij dan eindelijk een vriendje mee naar huis. Maar deze keer had Sarah geen vriendje. En het getouwtrek was was erger dan ooit. Sarah is zo lekker sociaal dat ze het vriendje gelijk voor zich wint. James was heel verdrietig; had hij eindelijk een vriendje en speelde het nog met Sarah. Ze zitten samen in de klas, ze hebben een hele sterke tweelingband. Het grappige is dat Sarah (meisjesmeisje) vaak voor een vriendinnetje kiest dat van auto's houdt, zo'n meisje vindt James zn speelgoed helemaal fantastisch. James koos een jongetje dat de hele middag met Sarahs poppen heeft gezeuld. Ze kiezen dus echt hun tegenpool, elkaars type. Dit maakt de speelafspraken echt zo vermoeiend. Voor henzelf, maar ook voor mij als moeder! Ik ben een politieagent. Het liefst heb ik dat ze allebei op dezelfde dag een speelafspraak hebben. Maar door werkende ouders en zwemlessen lukt het bijna nooit. Is dit herkenbaar? Wordt het nog beter? Ik ben me nu alweer aan het voorbereiden op een intensieve speelmiddag. Heb je tips? Dank je wel!

Antwoord: Hai Dimphie Heel herkenbaar. Ik weet van een drielingmoeder (eeneiige jongensdrieling) die precies hetzelfde probleem had toen haar jongens af en toe een vriendje mee namen. Dan wilden ze alle drie met dat kindje spelen en die werd helemaal tureluur van al het getrek. Deze moeder sprak toen duidelijk af met wie het vriendje dan kwam spelen en daar moesten de broers zich aan houden. Maar ja, in haar geval bleven er 2 over die dan samenspeelden. Bij jou ligt dit moeilijker. Een aantal tips: . Jij kunt iets met het kind doen dat buiten boord valt. Misschien is er wel iets dat je altijd al graag wilde doen met één, maar nooit tijd voor had. Ik denk aan iets simpels als een puzzel maken, beslag voor pannekoeken of een taart of wat knutselen. . Misschien kun je je tweeling op een clubje doen, ieder zijn/haar eigen ding, liefst op verschillende middagen. Op die manier is er altijd een middag dat eentje een vriendje van school mee kan nemen. Dit vergt wel wat logistiek georganiseer en misschien moet je de andere ouders vragen of ze je helpen met brengen en halen. En bedenk dit, dat helpt vast: jongen/meisjetweelingen zijn in de puberteit heel erg geliefd, populair en vaak leiders. Hoe komt dit? Ze zijn van jongsafaan gewend om met het andere geslacht om te gaan. Dit geeft ze een voorsprong en maakt ook dat ze zich op hun gemak voelen bij het andere geslacht. Dus: op den duur zul je hier plezier van hebben en zij ook. En verder is het een kwestie van geduld en afwachten. Het zal ttz beter gaan. Ze zijn nu nog aan het oefenen. Nog iets over het laatste aspect: Bij jongen/meisjetweeling is het interessant om te weten dat ze in de prenatale fase blootstaan aan elkaars geslachtshormonen: het jongetje krijgt oestrogeen mee van zijn zusje en zij testosteron van hem; respectievelijk het vrouwelijke en mannelijke geslachtshormoon. Dit kan hun gedrag beïnvloeden: meisjes zijn vaak dominant en hebben interesses voor jongensachtige spelletjes (klimmen, klauteren) en later voor de B-vakken. De jongens zijn daarentegen vaak minder fel en laten zich graag ‘bemoederen’. Dus hun wederzijdse voorkeur is heel logisch!! Grappig hé? Het gaat niet voor alle jongen/meisjestweelingen op, maar duidelijk wel voor de jouwe. En ik ken veel meer gevallen zoals wat jij beschrijft. Hartelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Melanie (Nederland, 13 november 2017)
Beste Coks Graag zou ik je advies willen vragen. Hieronder leg ik de situatie uit maar ik weet niet of je hier genoeg aan hebt om een advies te kunnen geven. Ik weet niet of je ook officiële consulten geeft en of dat misschien een betere weg is? Dan hoor ik het graag. Wij hebben een twee-eiige meisjes tweeling van 2,5 jaar oud en een dochter van 5 maanden. Toen de oudsten net 2 jaar waren zijn ze voor het eerst naar de peuterspeelzaal geweest. De eerste keer zijn we er even bij gebleven en daarna weggegaan. Toen ik ze 2 uur later op kwam halen bleek dat ze allebei al die tijd huilend bij de deur om mama hadden geroepen, ze waren totaal overstuur. De periode daarna herkenden wij onze ene dochter, L, niet meer. Ze wilde niet meer naar bed, niet eten, had nachtmerries, was heel angstig. Uiteindelijk hebben we besloten om ze niet meer naar de speelzaal te laten gaan. Daarna werd het heel langzaam beter maar als we langs de speelzaal komen of iemand begint erover, dan raakt ze nog steeds in paniek en zegt dat ze daar niet meer heen wil. Af en toe speelt ze de situatie na met haar knuffels. We denken dat vooral de andere van de twee, M, er wel aan toe is om naar de speelzaal te gaan. Bovendien moeten ze er ooit aan wennen dat ze niet altijd bij papa/mama/opa/oma kunnen zijn. We weten niet goed hoe we het aan moeten pakken. Soms krijgen we de suggestie om eerst M alleen te laten gaan maar daar hebben we zelf onze twijfels over omdat zij het ook spannend vindt en zich dan misschien in de steek gelaten voelt. Wat is jouw mening daarover? Is het beter om ze in een andere situatie te leren om even zonder ons te zijn? En heb je daar suggesties voor? Heb je nog andere tips waar we rekening mee kunnen houden bij (het opnieuw voorbereiden op) de eerste keer? Bij voorbaat dank! Met vriendelijke groet, Melanie

Antwoord: Beste Melanie Je dochters waren er dus nog niet klaar . Misschien heeft de geboorte van hun zusje daarin ook mee gespeeld. Omdat ze elkaar hebben als speelkameraadje, is de noodzaak om in een speelgroepje te zijn, bij hen kleiner. Het is fijn en veilig voor ze dat ze in hun vertrouwde omgeving zijn. Dat is op dit moment absoluut het beste voor ze. En al spelend verwerkt je dochtertje deze akelige ervaring. Fijn! Ik begrijp dat je voor uitkijkt, hoewel bij kinderen opeens heel snel zich een verandering kan voltrekken. Wat op een bepaald moment onoverwinnelijk is, kan dan opeens helemaal geen probleem meer zijn. Maw: hen tijd geven is een prima besluit. En je zou dan bijvoorbeeld in het voorjaar kunnen beginnen met het wennen aan buitenshuis zijn, zonder papa en mama (en de grootouders). Heb je een lieve vriendin/buurvrouw bij wie ze zouden kunnen spelen? Als zij zelf een klein kind heeft, zouden jullie elkaar wederzijds kunnen helpen (zij past een dagdeel op jouw meisjes en jij doet hetzelfde voor haar kind). Of je kunt naar een kleinschalige opvang zoeken, zoals het systeem van een dagmoeder (onthaalmoeder). Deze moeder past op een klein groepje kinderen (meestal 4) in een huiselijke omgeving. Dit is voor veel kinderen een fijne manier om te wennen zonder hun ouders te zijn. Ik denk dat dat ook voor jouw dochters geldt. Je ene dochtertje wel laten gaan, vind ik ook twijfelachtig. Er is nl niet echt een noodzaak voor. Daarnaast denk ik zeker dat ze zich alleen gaat voelen. Het 'wij-gevoel' op deze leeftijd is bij een tweeling nog heel sterk. Ik geef inderdaad officiële consulten. Als je aan mijn antwoord genoeg heb, zal dat waarschijnlijk niet nodig zijn. Hartelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Mara ( 5 oktober 2017)
Beste Coks, Ik heb een twee-eiige tweeling van 2.5 jaar. Het ene kind is rustiger en kan prima alleen spelen en het andere kind is drukker en wil er altijd bij zijn. Het drukke kind kan driftbuien hebben als iets niet gebeurd zoals hij wil. Deze buien kunnen heel lang door gaan en hij laat zich dan niet troosten. Ik snap dat het moeilijk is, aangezien ik ook nog een zoon van 6 heb en zij alles moeten delen, maar ik wil hem ook niet altijd zijn zin geven om hem maar rustig te houden. Bij de opvang willen ze hem al apart zetten als hij zo gaat huilen omdat hij zijn zin niet krijgt, maar ik vraag me af of dat de goede oplossing is. Wat kunnen we doen?

Antwoord: Beste Mara Ik begrijp je twijfel, maar dit is wel de leeftijd waarop het belangrijk is om grenzen te stellen. Kinderen met een sterk karakter –een sterke wil- kunnen inderdaad behoorlijk van slag zijn en lang huilen als iets niet gaat zoals zij dat gedacht hadden en willen. Het huilen is dan voornamelijk een uiting van frustratie. Frustratie omdat de wereld niet is zoals zij dachten. Toch is het nu belangrijk dat ze deze frustratie ervaren. We kunnen een kind hier niet voor behoeden en ook niet elke tegenslag weghalen. Natuurlijk zijn we, als ouders of oppassers, wel iets meegaander als het kind heel moe, hongerig of ziek is. Maar in de gewone situaties, waarbij er iets gebeurd wat hij niet wil, is zo’n reactie van lang huilen niet te vermijden. Het is dan niet zo’n slecht idee om hem even apart te zetten of hem gewoon te laten. Nu hangt het wel van de reactie van het kind af wat je het beste kan doen. Sommige kinderen raken helemaal overstuur als je ze apart zet. Dan komt boven hun frustratie ook nog de emoties van verdriet en onbegrip. In zo’n geval is het beter om te kiezen hem even met rust te laten. Je kunt wel zijn gevoel verwoorden, bijvoorbeeld door iets te zeggen als: “je bent heel boos, hé? Dat begrijp ik. Het geeft niet, oh wat ben je boos’. Ondertussen ga je gewoon verder waarmee je bezig was en wacht je af tot de storm over is. Maar in een groep met veel lawaai kan ik me voorstellen dat de leidsters van de opvang zoeken naar een manier om zijn gehuil te reduceren. Of zelfs in de thuissituatie kun je er gewoon genoeg van krijgen, vooral als er nog twee jongens rondlopen. Het is een beetje zoeken naar wat voor jou en voor de opvang werkt. Het is ook mogelijk dat je zoontje juist wel goed reageert op het even apart zijn. Hij zal nog een tijdje doorhuilen, maar –als hij er niet erger door van streek raakt- zal hij na een tijdje ophouden en gewoon weer meedoen. Vaak is het kind, na zo’n situatie, rustiger. Tot de volgende confrontatie met het woordje ‘nee’. Maar wat ik je vooral wil zeggen, is dat het stellen van een grens ('als je zo huilt en schreeuwt, zetten we je even apart'), op zich geen ramp is en soms ook ronduit nodig. Het kind heeft een begrenzing nodig en het is op deze leeftijd dat hij dat moet gaan leren. Het geeft een kind zelfs rust want hij weet dat zijn ouders hem inperken als hij zelf helemaal de controle verliest. En het is dankzij dit soort ervaringen dat een kind langzaamaan zichzelf leert te beheersen. En dat is een groot goed in een mensenleven. Uit onderzoek blijkt dat vooral in een jongensgezin de regels heel belangrijk zijn. Jongens zijn op zoek naar ‘wie is de baas’. Dit heeft alles te maken met hun hoge testosteron-gehalte (bij meisjes is dat veel lager en speelt dit daarom veel minder). Als ze geen duidelijke regels ervaren, gaan ze er naar op zoek, niet zelden via lastig gedrag. Als er wel duidelijke regels zijn, van mama en papa, dan geeft hen dat rust. Meer hier- over kun je lezen in het boek van S. Biddulph, ‘Jongens, hoe voed je ze op?’. Het is voor je rustige kind dat graag alleen speelt, fijn als daar in de woonkamer een hoekje voor is. Tweelingen kunnen al jong leren dat dat het hoekje is van één alleen waar de ander dan niet mag komen lastigvallen. Ze zijn nu nog wat klein maar houd dit in gedachten. Met bv 3 jaar kun je hier mee beginnen. Het zal veel rust geven waar vooral je ene tweelingkind van zal genieten. Met vriendelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Frouke (Den Haag, Nederland, 22 augustus 2017)
Beste Coks, Wij hebben een eeneiige meisjestweeling van 21 maanden (dat is gecorrigeerd, ze zijn 10 weken te vroeg geboren). Het zijn gezonde en vrolijke meisjes die erg voorlopen in hun ontwikkeling, vooral op het gebied van spraak en begrip. De vroeggeboorte was vervelend maar heeft gelukkig niet al te veel complicaties opgeleverd. Wat wij wel merken is dat ze vanaf het allereerste moment ongelooflijk eenkennig zijn. Het was en is helemaal niet makkelijk voor anderen om contact met ze te leggen. Dat gaat wel goed met grootouders die ze veel zien, en in het eerste jaar met de oppas die twee keer per week kwam. Ze zijn vanaf hun 1e jaar naar de creche gegaan. Hier is afscheid nemen altijd wel moeilijk, maar niet veel lastiger dan met "normale" kindjes en zodra we uit beeld zijn is het over. Wel is het zo dat ze het nog steeds moeilijk vinden om tot spel te komen in een drukke ruimte (zoals de gymzaal of de tuin van de creche). Ook dit is iets verbeterd. We wijden dit allemaal aan een combinatie van karakter en een onzekere start in de couveuse met veel verplegend personeel. Wij hebben er alles aan gedaan om de hechting goed te laten verlopen in het begin en denken ook dat het goed is, maar twijfelen soms wel doordat ze andere mensen zo weinig vertrouwen. Dat duurt soms wel een uur in het bijzijn van een vreemde. Dit heeft ons in het eerste jaar soms wel weerhouden om met ze op pad te gaan, naast dat het gewoon lastig is met 2 (eigenwijze dametjes) tegelijk. Heb jij hier een verklaring/geruststelling voor? Verder trekt een van de twee ongelooflijk naar mij toe en weigert vaak de aandacht van haar vader, die heel erg betrokken is en ook elke week 1 dag thuis is met ze. Maar soms lopen ze ook beiden op de creche straal langs hem om bij mij in mijn armen te klimmen. Hij heeft het er soms moeilijk mee, maar we verwachten dat het een fase is.. Zie je dit vaker gebeuren? Dank voor je input! Hartelijke groet

Antwoord: Beste Frouke Ik denk dat vooral hun karakter een grote rol speelt bij hoe de meisjes contact maken. Ze moeten iemand goed kennen om zich te durven geven, maar dan zit het ook goed. Dit is vooral een kwestie van de aard van het kind dat ook bij niet premature baby’s voorkomt. Meestal wordt dat in de loop van de ontwikkeling wel beter, naarmate het kind meer positieve ervaringen opdoet met andere mensen. Omdat ze eeneiig zijn, lijken ze in dit opzicht op elkaar. De genen spelen nl een grote rol in iemands karakter. Nu ze wat ouder worden, is het wel raadzaam om gewoon jullie contacten te blijven houden met andere mensen en er niet teveel rekening houden met dit beetje lastige aspect van hun karakter. Hoe meer ze ervaren dat contacten leuk kunnen zijn, na een bepaalde periode van de kat uit de boom kijken, hoe makkelijker ze uiteindelijk zelf zullen worden, binnen de hun gegeven mogelijkheden, uiteraard. Wat betreft het spelen in een drukke omgeving, kan een zekere hooggevoeligheid meespelen. Ze kunnen wellicht niet goed tegen veel prikkels tegelijk. Ik raad je aan om over dit thema te lezen. Ja, hetgeen je beschrijft over het in jouw armen kruipen terwijl papa er ook is, is heel herkenbaar, zeker op deze leeftijd. Vader en moeder hebben ieder een eigen rol en eigen betekenis voor het kind. Dit gedrag betekent absoluut niet dat papa niet belangrijk voor ze is en hij moet het ook niet zo interpreteren. Maar mama is bij veel jonge kinderen de persoon bij wie je bij uitstek komt knuffelen; daarna is papa aan de beurt voor andere aspecten, even belangrijk trouwen als het fysieke contact. Vergeet niet dat moeders de kinderen 9 maanden gedragen hebben, dat speelt mee. Maar het is bekend dat vaders, die veel met hun kinderen optrekken, later een hechtere band met hen hebben dan anderen die minder tijd met hun kroost doorbrengen. Dus het zal zeker op den duur zijn vruchten afwerpen, al is het nu af en toe wel wat zuur. Probeer af en toe individuele tijd met je tweeling te hebben, zowel jij als vader. Dat zal ook je dochter die meer naar jou trekt, helpen in haar contact met papa. Want papa alleen voor zich is het sumum van geluk. Het feit dat je ene dochter zo naar jou trekt, kan ook wijzen op een behoefte om jou vaker voor zichzelf te hebben. Tenslotte is dat iets dat een tweelingkind weinig meemaakt. Een handige truc is om elke week met één apart je boodschappen te doen en daar dan een gezellig uitje van te maken. De patronen die je nu ziet, zullen inderdaad ook weer veranderen. Ik zie niets verontrustends in hun gedrag. Met vriendelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Fatima (Nederland, 15 augustus 2017)
Geachte mevrouw Feenstra, Ik kwam uw website per toeval tegen en wil u graag iets voorleggen. We zijn ouders van een eeneiige tweeling van 15 weken. Ze hebben de eerste twee weken bij elkaar in de wieg gelegen (daarna door zogenaamde verhoogde kans op wiegendood zijn we daar maar meegestopt). Ze liggen allebei in een eigen bedje op dezelfde kamer. Als er eentje huilend wakker wordt moeten we er snel bij zijn zodat de ander niet wakker wordt. Op dat moment worden ze van elkaar gescheiden en slapen ze gescheiden verder. Op wakkere momenten liggen ze samen in de box. Onze dochters lijken elkaar dan totaal te negeren. Ze kijken elkaar soms vluchtig aan. Ook bij het wandelen in de kinderwagen hebben ze geen oog voor elkaar. Terwijl ze wel de omgeving verkennen. De hoofdjes naar elkaar toe draaien heeft geen nut. Ze krijgen beide flesvoeding na elkaar en als ze beide hongerig zijn en niet kunnen wachten tegelijkertijd. De band die een tweeling zou moeten hebben (of deze nou goed of slecht is) is niet zichtbaar voor ons. Is dat iets wat zich later ontwikkeld? Of moeten we ons zorgen maken, omdat ze vaak wegkijken ook bij volwassenen. Alvast bedankt voor uw reactie. Mvg, Fatima

Antwoord: Beste Fatima Het is nog een beetje vroeg om daar nu al zorgen over te maken. In het contact maken heeft het karakter een grote invloed; sommige baby’s zijn daar sneller in dan anderen die iets meer op zichzelf zijn. Dit kan dus meespelen. Het kan zijn dat ze allebei nogal op zich zelf gericht zijn, maar nogmaals, ze zijn nog zo klein dat we dit ook nog niet echt kunnen vaststellen. Wacht nog maar wat af. Op een gegeven moment gaan ze elkaar ontdekken en dan is het contact veelvuldig en enthousiast. Eerst zal het contact met jullie komen. Zodra ze hun blik beter kunnen richten en kunnen vasthouden, begint het kijken naar jullie, hun mooiste speelgoed. Probeer dit maar door ze veel aan te kijken en tegen hen te praten. pas daarna zullen ze dit met elkaar gaan doen. Ik ken een eeneiige tweeling die elkaar pas ontdekte met 8 maanden! Dat is wel uitzonderlijk laat. Maar toen ze elkaar eenmaal gevonden hadden, was het brabbelen niet van de lucht. Het werden dikke vriendinnen en de ouders moesten wel hun best doen om te zorgen dat ze ook met anderen communiceerden. Deze meisjes waren extreem verlegen in hun kindertijd. De moeder kleedde ze express altijd heel leuk aan. Dat gaf hen veel complimentjes en daardoor moesten ze wel andere mensen aankijken en antwoorden. Ze zijn nu inmiddels ruim in de twintig, bijna arts en houden allebei lezingen. De verlegenheid hebben ze overwonnen. Ik ben benieuwd hoe de ontwikkeling bij jouw tweeling gaat. Schrijf gerust nog eens terug. Met vr gr Coks Feenstra




Vraag van Danielle (Gelderland, NL, 29 juli 2017)
Hallo, wij hebben een jongenstweeling van 7 jaar. Hele dagen zijn ze druk. Gillen, vecht hard tegen hard. Als we ergens zijn hoor ik van ver al mijn jongens namelijk gillen en vechten. Ik schaam me er vaak voor. Het lijkt wel of ze nergens naar luisteren. Positief belonen, straffen niks lijkt ze uit te maken. Ze gaan totaal hun eigen gang. Hun broertje v 4 jaar doet hard met ze mee. Ze spelen veel buiten. Ondernemen veel 1 op 1. Op school is er niks aan de hand. Daar lijkt het helemaal niet of ze een tweeling zijn. Spelen veel alleen met vriendjes. Hoe krijg ik het voor elkaar dat als ze thuis zijn of we als gezin ergens zijn het beter gaat. En ze in elk geval minder vechten. Ze zijn nu pas 7 maar wat moet ik als ze zo doorgaan en ze zijn 16 jaar....

Antwoord: Hai Danielle Het is bekend dat het testosteron niveau op deze leeftijd bij jongetjes (ook bij je jongste) nog heel hoog is. Maar bij 7 jaar gaat het wel langzaamaan naar beneden. Ik bedoel te zeggen: er is, naast het karakter van de jongens, een biologische reden voor dit gedrag. Verder is bekend dat met name jongens behoefte hebben aan een duidelijke structuur. Ze moeten weten wie er de baas is (jullie) want anders blijven ze hun gebied bevechten en afbakenen. Duidelijke regels geeft hen structuur. Dus mijn advies is om vooral heel duidelijk en voor jullie gevoel heel streng te zijn. Luisteren ze niet, zet dan het drukke of ondeugende kind even apart (7 minuten). Het mag weer mee doen na die time-out. Het is goed dat ze veel buitenspelen want dat helpt hen om hun energie kwijt te raken. Blijf verder vooral goed gedrag belonen, voornamelijk met complimentjes. Ze vinden het heerlijk als je laat merken hoe blij je met ze bent. Dit drukke gedrag zal verbeteren naarmate ze ouder worden en zich meer kunnen inhouden. Het is ook goed om veel met ze te lezen, vooral over emoties, gevoelens, ,etc. Leer ze daar de woorden voor zodat ze zich met woorden kunnen uiten ipv te schreeuwen en te slaan. Ik kan je het boek ‘Raising Boys’ van Steve Biddulph aanraden. Blijf ook één op één aandacht geven, bij voorkeur elke week, als een vast onderdeel. Sterkte!! Vriendelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Marije (Noord Holland, Nederland, 11 mei 2017)
Ik heb ooit eens iets gelezen over de rol die tweelingen aannemen zodra ze weten wie er ouder is. Nu vond ik dit zo interessant en hebben wij ook aan niemand verteld wie er ouder is. Ze zijn nu 6 maanden oud en ik ben wel benieuwd of het echt zo verstandig is om het 'geheim' te houden en hoe dit in de praktijk zal werken! Ooit zullen ze vragen gaan stellen! Nu gaf een tweelingouder aan dat u hierin gespecialiseerd bent, dus mijn vraag is hoe ik dit het beste kan aanpakken! Met vriendelijke groet Marije

Antwoord: Hai Marije Ja, dat is een leuke vraag. Je kinderen zullen zeker gaan vragen over hun geboorte, maar de vraag wie dan de eerste was van de twee, zal niet direct een punt voor hen zijn. Dus je kunt het in het begin nog in het midden laten en je beperken tot het vertellen hoe ze tegelijk opgroeiden, met elkaar speelden, samen in slaap vielen en op een goede dag besloten om naar buiten te komen. Dat was hun geboorte. Een huilde direct en de ander niet. Of iets van dien aard waardoor ze begrijpen dat ze direct al verschillend waren. Het is te verwachten dat de vragen over hun geboorte zo rond hun derde of vierde jaar komen. En als dan de vraag kom ‘wie was het eerste?’ (dat zal waarschijnlijk nog later zijn), dan zou ik hem wel beantwoorden. Deze vraag komt voort uit een behoefte om een specifieke plek in het gezin te hebben en zich te kunnen onderscheiden van de co-twin. Zeker bij eeneiigen, die zoveel met elkaar gemeen hebben, is dit in ieder geval iets waarin ze van elkaar verschillen. Dus dan wordt het voor hen al snel dat één de oudste is en de ander de tweede. De houding van de ouders is hierin belangrijk en dan met name hoe ze ermee omgaan. Ook ouders zoeken naar vaste orientatie-punten om hun kinderen te begrijpen en het unieke van elk kind te ontdekken. Hij is echt de oudste. Dat versterkt dan weer het gevoel dat mogelijkerwijs bij het kind leeft en vervolgens gaat het zich er naar gedragen: de meest verantwoordelijke, degene die huiswerk noteert, het geld voor excursie beheert, etc. Het is als ouders goed om te beseffen dat de kinderen even oud zijn. Het is niet verstandig om één de rol te geven van ‘oudste’. Ook al is een van de twee de meest verstandige, het is niet pedagogisch om één voor de ander te laten zorgen. want dit benadeelt altijd hun onderlinge relatie. Bovendien werken deze patronen jarenlang door in hun leven. Dus, ja, probeer de informatie nog maar wat achterwege te laten en wees je daarnaast bewust van de invloed van hoe jij en je man naar de kinderen kijken. Ik vind het positief dat je het niet aan de familie hebt verteld, want gezinsleden kunnen soms, meer nog dan ouders, erg mee doen in etiketten als ‘echt de oudste’, ‘oh, wat schattig, hij is de jongste’. Dat heb je nu tot op dit moment voorkomen. Ook bij familieleden komt deze neiging voort uit de behoefte om het unieke van elk kind te ontdekken. Het is makkelijker om het karakter van iemand te omschrijven als je het kan vergelijken met dat van een ander. Dat is wat ten grondslag ligt aan alle vergelijkingen. Ik ben beniewd hoe het zal gaan. Let wel: het is ook tussen tweelingen heel verschillend. Sommigen willen het weten, anderen vragen er pas op late leeftijd na. En ontdekken dan dat de situatie anders is dan ze dachten: Ben ik het eerste geboren? Ik dacht dat ik de tweede was. En dat is dan weer een mooi punt om over na te denken. Hoe komt dat dan? Of een tweeling er waarde aan hecht, hangt voor een deel af van hun karakter. Hoe competitief zijn ze? Voor sommige tweelingen is het echt een punt, voor andere niet. Ook binnen één tweelingpaar kan dat verschillend zijn; zoals bijvoorbeeld bij Bas en David, 15 jaar. Voor Bas, die 15 minuten eerder ter wereld kwam, maakt het uit en hij noemt dit feit regelmatig. Voor zijn broer maakt het niets uit, die vindt het onzin. Verder heeft de zygositeit ook een invloed. Zoals ik al zei, het lijkt voor eeneiigen meer een punt te zijn dan voor de twee-eiigen, omdat de eersten meer op zoek gaan naar verschillen. Die zijn bij twee-eiigen immers meer aanwezig en beter zichtbaar, zodat weliicht de volgorde van geboorte van minder belang is. Dit is een aanname en geen wetenschappelijk bewezen feit. Verder is het goed om te onthouden dat het eerstgeborene zijn niet automatisch betekent dat deze positie gelijk staat aan dominantie. Hoewel wel verrassend vaak de eerstgeborenen de meest verantwoordelijke zijn van de twee, die een zorgende rol op zich nemen tov het tweelingbroertje of zusje, is het in 48% van de gevallen niet het dominante kind, zoals blijkt uit onderzoek van Koch. Bij twee-eiiigen was is dit 55%. Uit dit lange antwoord blijkt al wel dat het feit van de volgorde van geboorte toch wel aardig wat stof doet opwaaien. Nog even een leuk feit uit het leven van een tweelingmoeder: Joan Friedman, tweelingspecialist en psychologe, zelf de oudste van een eeneiige tweeling, besloot om haar twee-eiige tweeling, 2 jongens, pas op de middelbare school te onthullen wie de oudste was. Ze had zelf last gehad van een verzorgende rol tov haar zus. Vriendelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Liesbeth Sterrenburg (Zaanstad, Nederland, 7 maart 2017)
Beste Coks, zo interessant om de andere vraag en antwoorden van medemoeders te lezen. Tweelingen zijn bijzondere kinderen. Wij zitten met het volgende. Twee meiden van bijna 6 jaar. En oh! Wat maken ze veel ruzie. Zowel verbaal als fysiek. Ik vind dat ze bovengemiddeld veel strijd hebben. Al vanaf dat ze uit mijn buik kwamen. Welgeteld 15 min hebben ze samen in de couveuse gelegen, langer ging niet. Ze deden toen al "lelijk" naar elkaar. Niks mis met pittige meiden. Ze zijn naast competitief en zeer fanatiek, ook heel lief en zorgzaam. Maar het negatieve overheerst. In hun samenzijn. Denk 80/20. Hoe kunnen we die constante negatieve benadering van de meiden naar elkaar, doorbreken? Het gaat hier zowat 24/7 achter mekaar door. - zelf spelen kunnen ze heel slecht - wij gaan eigenlijk nooit zonder gezeur de deur uit - als er 10 min GEEN ruzie wordt gemaakt, valt dat op - er is gewoon bijna 24/7 elke 5 minuten gezeur bij ons thuis. - zo kunnen elkaar ZO'N pijn doen (met skeeler tegen hoofd schoppen was een extreme maar in hun hardste strijd doen ze dat dus wel). Mijn man en ik steunen elkaar, gelukkig. Hij kan het constante gezeur en geruzie beter van zich af laten glijden dan ik. Daar zit voor mij het pijnpunt. Het gedrag van de kinderen heeft zijn weerslag op mij. Mijn man zegt "deze manier van communiceren tussen de meiden, is voor hun normaal". Ook al lijkt het alsof ze ruzie hebben, dat is niet echt zo. Puntje bij paaltje zijn ze altijd "een blok". Dat maakt het zo lastig. Moet ik ze het samen uit laten vechten? Letterlijk? Elke dag weer? Het moet toch ook anders kunnen? Ik snak ontzettend naar een gewoon weekend met zussenruzies. Want dat is normaal, die mogen er ook zijn. Af en toe flink tekeer gaan is niet erg. Maar NIET elk kwartier. Mijn moederhart huilt er (te) vaak om. P.s. Wij gaan heel vaak alleen op pad met 1 kind. Dat gaat prima. Ook af en toe een logeerpartij alleen met 1 kind. En dan missen ze elkaar enórm. Zodra ze elkaar dan weer zien is het óf gelijk weer pijn doen of zoals laatst even kort knuffelen. Ze schrokken er zelf van, maar mijn moederhart maakte een sprongetje. Want elkaar knuffelen dat heb ik in alle 6 hun levensjaren nog geen 10 keer meegemaakt. En dan overdrijf ik niet. Hartelijke groet!

Antwoord: Hai Liesbeth Je verhaal doet me denken aan wat een drielingmoeder me eens vertelde over haar eeneiige drielingmeisjes. De moeder verzuchtte een keer dat ze er echt gek van werd, van al dat gekibbel in drievoud de hele dag door. Toen zei het drietal heel verbaasd: 'Weet je niet, mama, dat we helemaal geen ruzie hebben? Dit is gewoon onze manier van met elkaar omgaan'. Ze besloot toen om er voortaan niet meer naar te luisteren en het langs zich heen te laten glijden. Ik denk dat je het inderdaad moet proberen te accepteren. In die heftigheid zit nl ook die sterke band. Veel strijd, ook veel liefde. Maar goed, je mag ook voor je zelf wel een iets fijner leefklimaat opeisen, dus hier een paar tips: . maak een plan met ze om liefdevol omgaan te stimuleren. Leg dit aan hen uit. Maak een kalender waarin je elke middelmatig goede dag met een zon aankruist. Voor een bepaald aantal zonnetjes is er een beloning, zoals met elkaar naar de film. . plan regelmatig logeerpartijen zodat je dan een dag hebt met maar een van de twee thuis. Dat is nodig voor jouw rust en het zal hen ook goed doen. Dus: eentje gaat naar Opa en Oma of bij een vriendin logeren. Een ander weekend gaat de ander. . Benader hen altijd liefdevol en haal ze veel aan. Zo te zien, zijn ze niet zo knuffelig, maar ze nemen het wellicht van je over, eens. . laat hen zelf de dingen uitvechten, desnoods in hun eigen kamer, als het te luidruchtig wordt. Neem iets meer afstand. Natuurlijk grijp je wel in als ze elkaar pijn dreigen te doen of als er sowieso gevaar dreigt. Hun impulscontrole is nog niet zo sterk, ze slaan er snel op los. . Leer hen om gevoelens te verwoorden (ik vind dit niet leuk, ik ben boos op je). Dit helpt hen nl om minder fysiek te vechten en meer via dialogen. Lees ook boekjes waarin emoties uitgelegd worden. Het kunnen verwoorden van wat je van binnen voelt, helpt een kind (en volwassene) om te kalmeren. Het zullen altijd pittige dames blijven, maar naarmate ze opgroeien, zullen ze wel leren om beter met hun energie en vitaliteit om te gaan. Hartelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Iris de levie (Amstelveen, Nederland, 28 februari 2017)
Beste mevrouw Feenstra. Wij hebben een lieve twee-eiige tweeling, een jongentje en een meisje van bijna twee jaar. Het meisje heeft tegenwoordig een lievelingsknuffel ( konijn) deze moet overal in het huis mee naartoe. Het lukt me net om hem uit het bad te houden als de kinderen gaan baden. Hij slaapt bij haar hij, eet met haar hij speelt etc etc... hij mag alleen niet mee naar buiten, omdat ik doodsbang ben dat ze hem gaat kwijtraken. Op zich werkt dat goed. Soms vraagt ze waar hij is dan leg ik uit dat hij thuis op haar wacht. Mijn vraag gaat over haar broertje die geen lievelings- knuffel heeft maar wel heel heel goed begrijpt dat de konijn HAAR knuffel is. En.hij kan dit wel respecteren . Maar ... soms merk ik dat hij toch ook.met de konijn wil spelen of knuffelen. Er is tot nu toe niet echt ruzie van gekomen als de zus haar knuffel terug wil, geeft hij het gelukkig ook terug. Maar ik vraag me toch af of ik niet iets voor hem moet kopen dat op die knuffel lijkt zodat hij ook iets eigens heeft? Of is dit helemaal niet nodig en zal het juist averrechts werken? Ik wil niet dat hij het gevoel krijgt dat zijn zusje alle recht heeft op een bepaald iets en dat hij er maar mee moet leven ... soort tweederangs burger gevoel zeg maar. Hartelijke dank. Ik hoop.dat mijn verhaal duidelijk is ... Groetjes Iris

Antwoord: Hai Iris Wel of niet een knuffel hebben, is iets dat kinderen zelf bepalen. Ik denk dat je zoontje er niet echt behoefte aan heeft, want anders had hij inmiddels ook al wel een knuffel uitgezocht, want jullie hebben vast wel een aantal zachte knuffelbeesten in huis, niet? Dat hij af en toe ook speelt met die van zijn zus, is omdat hij voelt dat dit een belangrijk object voor haar is. Daarin deelt hij als het ware mee. Natuurlijk kun je ook een knuffel voor hem kopen! Maar de kans is groot dat hij er verder niet zoveel meedoet. We weten niet precies waarom het ene kind wel een knuffel heeft en het andere niet. Het zegt niets over zelfstandigheid of autonomie. Er speelt gewoon een persoonlijke voorkeur mee. Daarom denk ik ook dat je zoontje zich echt niet minderwaardig voelt. Met vriendelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Trijntje van Dijk (Utrecht, Nederland, 24 januari 2017)
Beste Mevrouw Feenstra, Wij (vader en moeder) hebben een eeneiige jongenstweeling van 4 jaar en 4 maanden oud. Over het algemeen genomen luisteren de jongens goed naar ons. Ze hebben alleen de neiging om met elkaar te stoeien/achter elkaar aan rennen. Zij vinden dit heel leuk, maar het gaat te wild met als gevolg dat ze elkaar pijn doen (per ongeluk) of iets kapot maken door dit wilde gedrag. Thuis hebben we dit nu aardig beteugeld. We zitten er bovenop, het mag niet, we bieden alternatieven aan en we geven grenzen aan; er mag alleen gestoeid worden samen met papa of mama op een kleed of je mag rennen en razen in de tuin. Maar wanneer we met de jongens naar een winkel gaan of naar een café (plekken waar niet veel te doen is voor de jongens) beginnen ze te stoeien en gaan vervolgens rollend door de winkel heen. Ze zijn dan niet te corrigeren, ze luisteren niet, lachen je uit en wanneer je ze uit elkaar moet trekken, trekken ze partij voor elkaar en spannen ze samen tegen de volwassene. (Papa of mama) Om het allemaal nog erger te maken, vindt de omgeving het allemaal reuze leuk; twee rollende, identieke mannetjes en een vader of moeder die dit probeert te beteugelen, maar letterlijk aan het kortste eind trekt. Ze lachen de jongens vrolijk toe en geven hiermee aan dat het leuk is en mag. Met name ik (de moeder) kan zich enorm opwinden over dit verschrikkelijke gedrag van de jongens. (Ik word er nu zelfs al weer boos om!) Onze vraag is nu: hoe moeten we hier mee omgaan? Hoe moeten we dit gedrag veranderen? Of is het gewoon "te moeilijk" voor hen om dit op een andere, positieve manier te doen en moeten we voorlopig dit soort gelegenheden mijden totdat ze wat ouder zijn? Vriendelijk bedankt voor uw hulp.

Antwoord: Beste Trijntje Wat je beschrijft is een typisch voorbeeld van het Tweeling Escalatie Syndroom. Dit betekent dat de kinderen elkaar versterken in hun gedrag. Omdat ze beiden op hetzelfde moment in dezelfde gemoedsrust (verveeld, gefrustreerd, moe etc.) belanden –niet vreemd bij een eeneiige tweeling-, reageren ze hier tegelijk op en op de zelfde manier, namelijk door druk te worden. En daarin versterken ze elkaar. De een bedenkt dit, de ander vindt het prachtig, ziet weer iets anders, waardoor het broertje nog drukker wordt etc. Thuis kunnen jullie hier gelukkig goed mee uit de voeten, doordat jullie dit gedrag kunnen stoppen. Buitenshuis is dat veel lastiger, de middelen ertoe zijn beperkter en bovendien zijn jullie in zo’n vreemde situatie ook geremder. Op zich is het geen vreemd verschijnsel. Vele tweelingouders zullen dit herkennen. Ik zie een aantal oplossingen: als jullie even er uit wilen en iets willen drinken/eten, zoek dan een plek op waar een binnenspeelgelegenheid is, zoals klimrekken, tunnels, etc. Een soort van binnenspeelpark. Zonder schoenen mogen ze daar in dollen en klimmen. Vind je die niet in jouw buurt, neem dan iets mee waarmee ze zich bezig kunnen houden, zoals klei, stiften, etc. Een bootje maken van servetjes (of een mooie tekening erop) helpt ook goed.Het is niet allemaal voor lang, dus houd het bezoek kort. Wat ook goed helpt: waarschuw hen dat jullie weggaan zodra het uit de hand begint te lopen. En doe dit dan ook! Dat maakt indruk. Dit is echter voor jullie zelf niet echt leuk, dus het is geen ideale oplossing. Het zich kunnen beheersen en dit gedrag in toom houden, is op hun leeftijd (4 jaar) nog moeilijk. Naarmate ze ouder worden, zal het beter gaan, omdat ze hun emoties en daardoor gedrag beter kunnen beheersen. Dat komt met de leeftijd. Het testosterongehalte is tussen 4 en 6 jaar bij jongens heel hoog. Na 6 jaar neemt het af. Dus ja, als deze maatregelen niet werken, zou ik inderdaad gewoon wachten. Met vriendelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Nadiah ( 12 december 2016)
Beste Coks Onze eeneiige tweeling van 16 maanden gaat erg gelijk op. Tot voor kort kregen ze zelfs op een dag na dezelfde tandjes. Tot voor kort... Onze "oudste" krijgt onder zijn "laterale snijtanden" maar niet door, terwijl onze "jongste" deze al een een paar maanden heeft. Moet ik me zorgen maken, of is het heel normaal dat het doorkomen van de tanden anders verloopt? Alvast bedankt, Nadiah

Antwoord: Beste Nadiah Kun je voelen of ze er aan zitten te komen? Is het misschien zo dat degene met deze tandjes veel meer op een bijtring heeft gebeten? Dat kan nl het doorkomen van snijtanden versnellen. Of is het jongetje dat nog geen snijtanden heeft, een keer heel erg op zijn gezichtje gevallen? Zo'n klap kan ook de doorkomen van tanden vertragen. Zo niet, dan lijkt me goed om toch even naar de tandarts te gaan, met beide kinderen. Hij kan beoordelen of de tanden al bezig zijn met doorkomen of niet. Want ja, inderdaad gaat de ontwikkeling van het gebit bij eeneiigen heel erg gelijk op en kan een groot verschil op iets wijzen. Beter om een eventueel probleem uit te sluiten. Met vriendelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Marjolein van Veen (Amsterdam, Nederland, 2 november 2016)
Beste Coks Ik ben moeder van een twee-eiige tweeling, twee jongens, van 19 maanden. Op dit moment hebben we een probleem waarvan we niet weten hoe dit op te lossen. Over het algemeen zijn de jongens behoorlijk zelfstandig en spelen en hollen ze lekker. Maar sinds een paar weken raken ze helemaal van slag als ze allebei tegelijk een knuffel van mij willen. Dan willen ze dat zonder de ander, dus niet een omhelzing van 3! En omdat dat niet lukt, worden ze beiden heel boos en verdrietig. De enige oplossing die ik kon bedenken, was om de tv dan maar aan te zetten. Maar hier ben ik niet blij mee. Tot voor kort gaf ik hen nog de borst en kon ik ze op die manier tegelijkertijd troosten. Ik ben echter met de borstvoeding gestopt, want in combinatie met mijn werk lukte dat niet meer. Op zich is dat best goed gegaan, ik heb het langzaam afgebouwd. Nu willen ze alleen mij niet meer delen. Kun je me een advies geven? Marjolein

Antwoord: Hai Marjolein Een herkenbaar probleem! Er is een truc die bij sommige tweelingen werkt: ga met ze op de bank of bed liggen, met ieder aan één kant. Daarnaast heb ik een ander advies: zorg voor momenten waarop je met elk alleen bent. Is bv je man thuis, ga dan even met een van de twee naar de speeltuin of een boodschapje doen. Op die manier hebben ze allebei eigen 'papa en mama' tijd. Doe dit elke week, met elk kind. Dat helpt ze bij het ontwikkelen van het 'ik' gevoel en maakt ze toleranter tov het delen van jou. Aan hun behoefte aan jouw aandacht voor zichzelf wordt immers voldaan. Met vriendelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Bauters Virginie (Brakel, België, 12 oktober 2016)
Beste Coks Ik ben mama van een tweeling van 9 jaar oud (2meisjes). De twee komen meestal niet overeen. Ik weet soms echt niet meer wat doen. Mijn ene dochter schrikt er niet van terug om met mij te vechten om haar zin te krijgen en haar zus te kunnen slaan of knijpen. Ik en de papa komen niet meer overeen. Ik heb ook niet echt iemand om mee te praten. Ik ben soms echt radeloos. Kan u mij helpen? Zou internaat een optie zijn? Want leren willen ze ook niet echt. Met vriendelijke groeten, Virginie BAuters

Antwoord: Beste Virginie Tweelingen kunnen soms een hele lastige relatie hebben. Het is lang niet altijd koek en ei tussen hen. Vaak speelt hierbij mee dat ze zelf last hebben van het tweelingzijn en dat ervaren als een te beklemmende band. En rivaliteit om jullie aandacht kan meespelen, evenals de frustratie van het missen van een duidelijke plek in het gezin. Het beste zou zijn als je samen met je man een aantal gesprekken met een psycholoog zou volgen, want het samen één lijn uitstippelen is heel belangrijk, evenals het je gesteund voelen door hem (en viceversa). Ik heb de indruk dat je je nu alleen voelt staan. Daarnaast is het belangrijk om te zorgen dat de meisjes zoveel mogelijk hun eigen activiteiten hebben. Behalve een eigen klas, is ook belangrijk een eigen hobby en contacten met individuele vriendinnen. Het zal hen goed doen om regelmatig zonder de ander te zijn. Daarnaast is het belangrijk om het individuele contact met je meisjes te vergroten. Zorg elke week voor een uitstapje met beiden, maar dan apart. Dit geldt ook voor vader. Deze individuele momenten met hen zal jouw gevoel over hen doen veranderen, want zonder de zus is elk van de twee een heel andere persoon. ik begrijp je wens om ze uit huis te plaatsen, maar dat is geen goed idee. Niet voor jullie en ook niet voor hen. Ze zouden dan heel erg op elkaar aangewezen zijn en bij elkaar steun gaan zoeken, wat op de lange duur hun relatie nog meer onder druk gaat zetten. Probeer je frustaties te verminderen door meer tijd voor jezelf vrij te maken. Plan elke week een avond/middag in voor je zelf door iets te doen met een vriendin. Of volg een hobby. Ook tijd met je partner is belangrijk. Lees daarnaast zoveel mogelijk over de relatie tussen een tweeling. Hoe beter je de in- en outs begrijpt van de speciale, unieke en lastige band, hoe meer je hen hierbij zal kunnen helpen. Ook zal contact met een Vereniging van Ouders van Meerlingen je goed doen. Daar ontmoet je ouders met vergelijkbare situaties. Je mag ook bij mij een consult online aanvragen. Met vriendelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Geppy Visser (Zwolle, Nederland, 6 oktober 2016)
Beste Coks Ik ken u van uw boeken en de lezingen bij de NOM waar wij lid van zijn. Ik wilde u graag een korte vraag stellen over onze 1-eiige tweelingzonen van 2,5 jaar. Ze hebben namelijk een heel verschillende eetlust. De ene eet altijd behoorlijk veel en de ander altijd behoorlijk weinig en veel langzamer. Ze zijn beide gezond en goed op gewicht. Maar ze lopen steeds meer uiteen in lengte, gewicht en schoenmaat. De ene is ook zwaarder geboren dan de andere. En direct van baby af aan was dit verschil in eetlust opvallend. We twijfelen of we met de lichtere zoon iemand zullen raadplegen. We maken ons om hem geen zorgen, maar omdat ze eeneiig zijn valt het zo op. De vraag aan u is vooral, of je kunt verwachten dat een eeneiige tweeling hetzelfde eetpatroon en eetbehoefte heeft, of is dit heel persoonlijk en normaal dat dit anders is. Hartelijk dank en vriendelijke groet, Geppy

Antwoord: Hai Geppy Ja, het lijkt me goed om het wel na te laten kijken. Een zo verschillende eetlust zie je niet snel bij een eeneiige tweeling. Het verschil in gewicht en lengte komt wel vaker voor, omdat ze dan bij de geboorte al een heel verschillend gewicht hebben. Ik vraag me dit af: was het een monochoriale zwangerschap? Deelden ze de placenta? In dat geval kan er een lichte vorm van het tts-syndroom zijn geweest. Dit kan dan ook mogelijkerwijs bij het kleinste kindje een bloedarmoede hebben veroorzaakt. Bloedarmoede vermindert de eetlust. Is dit nagekeken? Ik zou zeker naar een kinderarts gaan om het gebrek aan eetlust op te sporen. Ik hoor graag nog hoe het verder gaat. Met vriendelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Wietske de Groot (Zoetermeer, Nederland, 14 juni 2016)
Beste Coks Ik ben een van een eeneiige tweeling, nu 43 jaar. Sinds een aantal jaren is onze relatie ingewikkeld. Ik voel me daarom erg gespannen in haar bijzijn. We hebben hele andere levens, zij werkt niet en leeft een luxe leven, ik werk fulltime. We hebben beide twee dochters, die van haar zijn 5 jaar ouder dan die van mij. Ik heb er veel verdriet van maar probeer te begrijpen waarom het is zoals het nu is. Onderlinge strijd (het hele leven word je vergeleken), jaloezie? Zij treedt sterk op de voorgrond en ik doe automatisch een stap terug. Zie je dit vaker bij tweelingen? Iedereen denkt dat je een super bijzondere band hebt, wellicht wel, maar die is al even zoek. Groet Wietske

Antwoord: Beste Wietske Wat jij beschrijft, is heel gewoon binnen een tweelingrelatie. Die is nl echt niet alleen maar soepel en hecht. Dat we dat denken, heeft te maken met het fenomeen ‘twin-mystique’. Waarschijnlijk komt dit voort uit een soort verlangen, ieder mens gelooft graag in een tweelingziel, maar zeker komt het niet voort uit werkelijke kennis over tweelingen. Dus antwoordende op je vraag: dit komt vaker voor en kan ook verbeteren. Het hoeft echt niet zo te blijven. Als tweelinghelft ben je erg verbonden aan je zus, maar tegelijkertijd hunker je naar een eigen individu zijn. De band kan bovendien als knellend ervaren worden, hetgeen zeker bij jou zo is. Er zijn wrijvingen, irritaties… jullie zitten elkaar in de weg, terwijl jullie aan de andere kant naar elkaar verlangen en dan vooral naar de onvoorwaardelijke band en loyaliteit die er zo lang was (en nog wel ergens is). Maar de band is nu zo knellend dat je je niet jezelf voelt bij haar. Dat is inderdaad heel triest. Dat heeft te maken met verwachtingen van elkaar die niet uitgegesproken worden, van ideëen over wat de ander van jou denkt, verwacht, wil…..zonder te checken of het klopt. Ook wat je schrijft over op de voorgrond treden (zij) en automatisch een stap terugdoen (jij), is een bekend patroon binnen een tweelingband. Je voegt je naar elkaar, dat gaat bijna automatisch. Als een pendule op zoek naar evenwicht. Als je beiden op de voorgrond treedt, dan ontstaat er wrijving. Dat wordt door een tweeling als onprettig ervaren en dus zoeken ze een evenwicht waardoor ruzies vermeden worden. Maar dit patroon kan ook tot irritaties leiden, vooral als het patroon geankerd lijkt en het altijd dezelfde is die op de voorgrond treedt. Het meest gezonde en prettige voor een tweeling is namelijk dat deze patronen wisselen; dan is weer de één nummer een, dan de ander. Bij jullie is er wellicht sprake van dominantie (je zus als dominante). En dan kan jaloezie optreden, een emotie die niet fijn is, want diepweg gun je je tweelingzus het beste. Ik kan je een heel goed boek aanraden dat jou zeker zal helpen. ‘The same but different’ van Joan Friedman. Het gaat speciaal over dit wat jij schrijft. Er staan oefeningen in en het zal je precies dat geven wat je zoekt: inzicht in het hoe en waarom van jullie band. Je kunt het alleen lezen, maar ook samen. En bijvoorbeeld de oefeningen doen en elkaar laten lezen wat een ieder heeft opgeschreven. Daarnaast is er ook de mogelijkheid om hulp te zoeken bij een therapeut die gespecialiseerd is in tweelingen. Ik heb een aantal contacten waarover ik je verder kan inlichten, mocht je hierin geïnteresseerd zijn. Het zijn psychologen die kennis hebben van de specifieke tweelingproblematiek, vaak omdat ze zelf tweeling zijn of wel zich erin verdiept hebben. Dit is een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle therapie. In mijn boek is verder ook info te vinden over de specifieke tweelingband op oudere leeftijd. Met vriendelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Rebecca ( 3 mei 2016)
Beste Coks, Onze eeneiige jongenstweeling is kort geleden 4 Jaar geworden en hebben tot hun vierde jaar apart op de speelzaal gezeten, drie ochtenden per week. Daar vielen de leidsters een paar dingen op, bij allebei de kinderen: - ze zochten heel weinig contact met andere kinderen maar juist wel met de leidsters - ze kwamen slecht tot spel (dit gaat steeds beter) - ze praten veel in de derde persoon (soms geen 'ik' gebruiken maar hun eigen naam noemen) en meerdere keren zinnen herhalen. De leidsters hebben ze toen een keer of laten observeren maar daar kwam niets concreets uit. Dat was ook meer voor de leidsters zelf zodat zij tips kregen hoe ze ze konden helpen voorbereiden op de kleuterschool (met name het langer concentreren tijdens spelen). Ze kunnen heel goed praten dus dat was niet het probleem. Wij hebben daarna besloten dat als ze naar de kleuterschool zouden gaan, ze samen in een groep te doen. Nu zijn ze in de maand april 6 ochtenden gaan wennen. Vlak voor deze meivakantie vroeg ik hoe ze het vond gaan met ze en ik vroeg of ze wel al met andere kinderen spelen. Ze zei; nee eigenlijk niet. Ze spelen met elkaar of ze spelen alleen. Ik ben dus heel benieuwd of dat straks na de vakantie gaat veranderen. Vandaag was ik met ze bij de kinderboerderij. Daar ging ik toch eens goed kijken wat er dan gebeurt. Ik ben natuurlijk zo gewend dat ze met elkaar spelen dat het mij nooit zo opviel. Nu zag ik inderdaad dat zij wel aan een ander kind vragen; hoe heet jij? Of ze laten spontaan iets van hun eigen speelgoed zien maar er komt geen gesprek. Vooral een van de twee komt vaak bij mij hangen. De ander speelde vooral alleen. Ik moet eerlijk bekennen, ik begin me zorgen te maken en ik snap dat het lastig is voor jou om hier iets over te zeggen maar komt dit gedrag vaker voor bij (eeneiige)tweelingen van deze leeftijd? Ik heb eens een artikel van jou gelezen over tweelinggedrag wat verward kan worden met autisme. Zou dat hier spelen? Alvast bedankt Groet Rebecca

Antwoord: Hai Rebecca Ze hebben dus al vrij jong apart in een groep gezeten. Dat kan voor hen een grote uitdaging zijn geweest! Het feit dat ze contact met de leidsters zochten, lijkt hier op te wijzen. Ze voelden zich niet zo veilig. Dan is juf belangrijker dan het sluiten van vriendschap. Wat jij beschrijft, is op zich gewoon bij een eeneiige jongenstweeling. Ze verkennen samen de wereld. Daarvan uit zullen ze andere contacten gaan leggen. Het feit dat ze zich al wel richten tot een ander kind, is positief. Ook het laten zien van een speeltje is duidelijk een vorm van contact maken. Ik zou niet direct aan autisme denken. Als ze een tijdje op school zitten en ze hebben het er fijn, dan de juf langzaamaan hen in verschillende groepjes laten werken. Zo zijn ze toch bij elkaar, maar doen ook dingen met andere kinderen. Neem dan ook eens een vriendje mee naar huis en breid dit langzaam uit. In het begin zullen ze samen met één vriendje spelen, dat is ook normaal. Pas later, rond zo'n jaar of zes, komt er verlangen naar een eigen vriendje. Zorg wel dat juf de jongens goed uit elkaar kan houden. Dat is belangrijk voor een persoonlijke relatie van haar met elk kind. Doe dit bijvoorbeeld door middel van color-coding. Schrijf me over een tijd nog maar eens weer. Met vriendelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Nienke (Nederland, 21 april 2016)
Beste Coks, onze jongen-meisje tweeling van 14 maanden slaapt apart sinds ze 7 maanden waren. Wij hebben daar toen voor gekozen omdat ze om beurten tandjes kregen en elkaar wakker huilden 's nachts. Ik wil ze eigenlijk al tijden weer samen laten slapen omdat ik denk dat dat beter voor hen is (voor hun band) en omdat mijn dochter er erge moeite mee heeft als ik de kamer verlaat (wat ik overigens wel doe, maar ze huilt vaak wel 10-20 minuten voordat ze slaapt) Ik hoop dat die verlatingsangst minder is als ze samen slapen. Heeft u ervaring met tweelingen die na langere tijd weer samen gaan slapen en kunt u ons nog tips geven? Vriendelijke groet, Nienke

Antwoord: Hai Nienke Ik zou het zeker proberen. Het is aangetoond dat tweellingen die samenslapen, minder slaapproblemen hebben en vaak beter doorslapen. Het tweelingbroertje of zusje is een geruststellend gegeven en het vermindert inderdaad de verlatingsangst. Hartelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Mieke Bosch (Renswoude, Nederland, 26 maart 2016)
Dag Coks, Onze eeneiige meisjestweeling zijn 2 jaar. Nu willen we voor een volgende bedje, een twijfelaar kopen om ze samen te laten slapen. Ze kruipen vaak in elkaars bed, om te spelen als ze wakker zijn. Ze schuiven vaak eerst hun bedjes tegen elkaar en klimmen er dan pas in om te gaan slapen. Aandoenlijk natuurlijk. Ze hebben echter wel door welk bedje van wie is en vinden het echt niet goed dat de ander daar gaat slapen. Nu vraag ik me af is het wel verstandig om ze in een bed te doen? Er is niet echt sprake dat de een meer dominant is dan de ander en tot nog toe is er weinig onenigheid. Graag hoor ik je mening! Hartelijke groet Mieke Bosch

Antwoord: Hai Mieke Het lijkt me een goed idee. Waarschijnlijk zullen het prachtig vinden en goed slapen. Het lijkt me wel goed dat ze ieder een eigen kant hebben. Dus bijvoorbeeld ieder een kussen in een eigen design. Dat bevestigt toch dat 'ik' besef dat ze al duidelijk hebben. Dat is positief. Vanaf deze leeftijd is het ook goed om af en toe iets met één kind te ondernemen. Zo oefenen ze in het apart van elkaar zijn, hetgeen de 'ik' identiteit bevordert. En laat ze voor de rest lekker genieten van hun samenzijn. Met vriendelijke groet Coks Feenstra




Vraag van Laura Boorsma (Amersfoort, Nederland, 15 december 2014)
Hai Coks
Mijn drieling is zes en een van de kinderen is autistisch. Het zijn drie jongens. Dagelijks heb ik meerdere uitbarstingen. Ruzies, vechtpartijen, gegil, alles leidt weer tot paniekaanvallen bij het kind met autisme. Hij gaat weer slaan en schoppen en voor je het weet is er weer ruzie. Ik probeer de kinderen apart te zetten en dat gaat redelijk, twee slapen op een kamer en degene met autisme heeft een eigen kamer. Door de time-out te gebruiken om even iets voor zichzelf te doen, bouwen met blokken, lego, duplo of met de trein kunnen ze even tot rust komen. Ik ben een alleenstaande ouder en het is erg zwaar. Heb je voor mij nog wat tips, ik heb het gevoel dat het me teveel wordt.
Hartelijke dank
Laura Boorsma

Antwoord: Beste Laura
Ik kan me voorstellen dat het regelmatig teveel voor je is. Je zoontje met autisme heeft natuurlijk weer hele andere regels nodig. En een hele rustige, gelijkmatige omgeving waardoor zijn paniekbuien zo weinig mogelijk voor komen. Dat is natuurlijk lang niet altijd mogelijk met zijn twee broertjes om hem heen.
Je andere twee kinderen kunnen wel langzaamaan leren hoe ze hun broertje moeten ontzien en hoe ze hem kunnen helpen. Misschien kun je hen leren dat als ze voelen dat ze boos aan het worden zijn en op het punt van schreeuwen, slaan en schoppen, ze even naar een aparte ruimte gaan?
Ik denk eigenlijk ook dat je regelmatig iemand bij je moet hebben die je helpt, bijvoorbeeld bij de lange vrije woensdagmiddagen. Een vertrouwd iemand waardoor je niet altijd alleen de zorg voor je drietal hebt. Is dit mogelijk?
Wordt je zoontje goed begeleid en krijg je goede tips voor de thuissituatie? Dit heb je ongetrijfeld allemaal nodig.
Met vr gr
Coks Feenstra




Vraag van Jennifer (Utrecht, Nederland, 30 oktober 2014)
Mijn dochters zijn 3 jaar en twee maanden en ik ben heel druk met ze. Ik voel me nu op, omdat ze heel druk zijn en vervelend voor mij en ik doe mijn best, maar ik blijf de opvoeding lastig vinden. Kunt u een advies geven hoe kan ik rust krijgen vooral in mijn hoofd?
Bedankt.

Antwoord: Hai Jennifer
Ja, een tweeling vergt veel energie en aandacht en hen opvoeden is een pittige klus. Om het te kunnen volhouden, is het belangrijk dat er een goede balans is tussen aandacht voor hen en aandacht voor jezelf. Als je zelf voldoende 'gevoed' wordt (bv je hebt leuk werk, je ziet af en toe vriendinnen, je gaat soms uit, hebt regelmatig een moment voor jezelf), dan wordt jouw energiepeil opgeladen en dan kun je beter tegen hun vervelend en eisend gedrag. Ik denk dat bij jou de balans weg is. Je voelt je leeggezogen door het tweetal en er zijn te weinig dingen in je leven die je weer energie geven.
Probeer iets te veranderen aan je dagelijkse leven. Ga bv een mindfullness-cursus doen, spreek vaker af met een vriendin, ga vaker uiteten me je partner, regel vaker een oppas etc. Of schakel de grootouders vaker in. Durf te vragen!
Als het lastig voor je blijft, kun je een online consult (via Skype) bij me aanvragen. Dan praten we je situatie door. Sterkte.
Met vriendelijke groet
Coks Feenstra




Vraag van Michelle van der Meijden (Amersfoort, Nederland, 24 oktober 2014)
Een aantal jaren geleden heb ik goede adviezen van u gehad over onze tweeling. Ik zou graag advies krijgen over een ander punt waar wij tegenaan lopen.
Nicole en Bas zijn bijna 5 jaar (in december 2009 geboren) en gaan sinds 2 jaar naar school. Terwijl ik jaren geleden altijd grapte dat ze geen ´echte´ tweeling waren, lijkt de band tussen hen de laatste jaren veel sterker te worden. Eigenlijk sinds ze naar school gaat. Ze zitten in verschillende klassen (onze keuze en tevens beleid van school) maar zoeken elkaar in de pauze altijd op. Nieuwe situaties gaan ze samen, hand-in-hand, aan. Hoe meer ze zich van ons losmaken, hoe meer ze afhankelijk van elkaar worden. Wij vinden de ontwikkeling van ieder als individu erg belangrijk en stimuleren ze eigen vriendjes te maken (bv door ze soms alleen naar kinderfeestje van klasgenootjes te laten gaan) maar realiseren ons ook dat ze veel steun aan elkaar hebben en ze tenslotte niet beter weten. Ze zijn samen geboren en opgegroeid. Overigens ruziën ze thuis met grote regelmaat, maar zonder elkaar kunnen ze dus ook niet.
Voor ons als ouders heel bijzonder en mooi maar het leidt ook tot moeilijke situaties. Een voorbeeld: Door omstandigheden moesten we veranderen van zwembad voor zwemles. Het ene bad werkte met groepen op leeftijd (hier zaten ze samen), het nieuwe bad met niveau´s en is Bas een groep verder geplaatst dan zijn zusje Nicole. De manier waarop was wat abrupt, iets waar wij ook niet blij mee waren, en het resultaat is dat beiden niet meer willen zwemmen, ook al zwemmen nog steeds op hetzelfde moment.

De vraag is dus eigenlijk hoe hiermee om te gaan. Niet zozeer de zwemles, dat lost zich vast wel op, maar over het algemeen. Is onze aanpak van stimuleren maar niet dwingen de juiste? En kunnen we verwachten dat ze zich in de loop van de jaren vanzelf wat meer van elkaar los gaan maken of moeten we daar actiever mee aan de slag? Of moeten we het helemaal loslaten?
Hartelijke dank!
Michelle

Antwoord: Hai Michelle
Leuk om je beschrijving van je tweeling te lezen. Ik vind deze afhankelijkheid van je kinderen tov elkaar voor hun leeftijd niet verontrustend. Ze zijn echt nog jong. Het samenzijn geeft hen steun bij al die moeilijke stappen die het leven van hun vraagt. Het is een soort 'plus' die zij als tweeling hebben, een voordeel boven andere kinderen. Laat ze ervan genieten. Ze zitten in verschillende klassen, dus doen ze genoeg ervaring in het alleen zijn en het zich zelf moeten redden op.
Langzaamaan zal hun afhankelijkheid van elkaar minder worden.
Zwemmen is voor hen blijkbaar ook een spannende activiteit. Ik zou het de leraar uitleggen en vragen om hen samen te zetten. Dan gaan ze beiden weer met plezier.
Ja, de uitdaging waar jullie voorstaan, is inderdaad het stimuleren van hun zelfstandigheid, met begrip voor hun afhankelijkheid vanwege hun bijzondere band die inderdaad al onstond in de baarmoeder. Het feit dat je me deze vraag stelt, geeft me het gevoel dat jullie hier absoluut oog voor hebben. En mijn advies is dan ook: laat ze er lekker van genieten. Trouwens, uit onderzoek weten we dat de jongen-meisjetweeling het minste problemen hebben met het vinden van hun identiteit en het zelfstandig worden. Dat komt weer omdat ze van verschillend geslacht zijn en dus sowieso een andere ontwikkeling doormaken.




Vraag van Leonie Ellens (Haarlem, Nederland, 13 oktober 2014)
We hebben 4 prachtige dochters. Een tweeling van 8, een dochter van 6 en de jongste is 4.
De tweeling zijn intelligente, fijne, prachtige meiden, maar het afgelopen 1 a 2 jaar word ik echt gek en doodmoe van al hun geruzie, competitie, vechten, eindeloos gebekvecht en gezeur. Ze laten elkaar werkelijk in niets met rust of willen iedere keer de overtreffende trap van de ander zijn. En luisteren lijkt een buitenaardse term te worden. Hierdoor raak ik zelf ook geïrriteerd waardoor er nog maar weinig rustige momenten in huis zijn zodra alle meiden van school thuis zijn. En hierover voel ik me echt rot. We proberen echt zoveel mogelijk aandacht aan ieder kind te schenken. Op zijn tijd gaan we er gezamenlijk op uit, of juist apart. Dit is ook fijn voor onze jongste 2 dochters. Ook vader neemt ondanks zijn drukke baan de tijd om aandacht te schenken aan ieder kind apart. Elke avond nemen wij ons de tijd gezamenlijk aan tafel te eten, om met elk kind te (voor)lezen, ze hebben allemaal hun eigen kamer, ze beoefenen een leuke sport , ze hebben gezamenlijke maar ook aparte vriendinnetjes van elkaar, gaan ook vaak apart uitspelen. Ze kunnen heel veel lol met elkaar hebben, ze zijn beide temperamentvol en avontuurlijk ingesteld. Ze voelen elkaar ook feilloos aan. (wat in ruzies niet altijd fijn is, want dan spelen ze echt op elkaars onzekerheden in) De een is wat dominanter dan de ander, maar dit wordt steeds minder, waardoor de ruzies tussenbeide ook steeds heviger worden. Meer dan eens vraag ik mij af hoe dit verder moet. De gedachte dat deze twee over enkele jaren in de puberteit belanden maken me er niet geruster op. Als ik hierover met andere ouders spreek zegt men al gauw; dit is 'zo'n fase', het gaat vast over. Toch zie ik dit anders omdat het een tweeling betreft. Natuurlijk is het echt niet alleen kommer en kwel, want we zijn hartstikke trots op onze meiden en we houden enorm veel van ze, maar eerlijk is eerlijk: We zijn in ons gezin nog steeds drukker met de tweeling van 8 dan onze jongste 2 kinderen samen. De strijd tussenbeide en het pertinent niet (willen) luisteren is met enige regelmaat enorm vermoeiend voor mij en mijn man. Wanneer de tweeling apart van elkaar is, lijkt het alsof er een zekere balans terugkeert en zijn het andere meiden. Totdat ze beide weer thuis zijn, dan duurt het vaak nog geen 5 minuten of er is weer iets waarover in no-time de grootste (slaande) ruzie ontstaat. Ze kunnen echt niet zonder maar ook niet met elkaar. Wij zijn ook echt uitgedacht wat we nog kunnen doen om weer meer rust en balans te vinden in ons gezin. Ik vind het zo moeilijk, je krijgt bijna het gevoel als ouder te falen waarom wij e.e.a niet in betere banen kunnen leiden. Wij zijn ons er van bewust dat we een jong en druk gezin hebben, dus dat niet alles over rolletjes loopt is helemaal niet erg, maar onderhand ervaren wij het gedrag van de tweeling toch als uitputtend.
Op school ze zitten wel bij elkaar in de klas, maar aan aparte tafels. Ze zoeken elkaar in pauzes op maar functioneren zonder elkaar prima. De leerkrachten zijn dik tevreden, en hun leerprestaties zijn goed. Ze worden door de leerkrachten omschreven als zeer sociale, vrolijke, lieve meiden die het heel goed doen. Het zijn echt fijne meiden, maar nogmaals, van hun gedrag (vooral thuis) worden we toch wat radeloos.
Zou u ons van advies kunnen voorzien?
Wellicht dat uw mening ons weer nieuwe inzichten kan geven.
Vriendelijke groet van Leonie

Antwoord: Ik begrijp je frustratie. Als ouder is er niets fijner om te merken dat er een zekere harmonie in je gezin heerst. Dat versterkt het samenhorigheidsgevoel en het idee dat je het als ouder nog niet zo slecht doet. Maar let wel: het is bekend dat in een gezin waar een tweeling is, dit gevoel moeilijker van stand komt. En dat heeft inderdaad alles te maken met het tweelingschap, niet met jullie vaardigheden als ouders.
Wat je beschrijft, is een typisch tweelingverschijnsel. Ze kunnen niet met en niet zonder elkaar. Ze zijn heel erg op elkaar gericht, meer dan op jullie. Dit maakt dat ze naar jullie minder (of niet) luisteren. Toch maak ik er ook uit op -uit het feit dat ze eerder naar elkaar luisteren dan naar jullie- dat de band met jullie versterkt moet worden. Het zal belangrijk zijn om hun band iets losser te maken en de band met een ieder van jullie sterker. Dit zal hen gelukkiger maken, want elk kind, ook een eeneige tweeling, verlangt naar een unieke en speciale band met zijn vader en moeder. Hoe krijg je dit voor elkaar? Het is geen makkelijke klus, maar toch een aantal tips:
1) probeer te begrijpen dat hun gevit bij hun specifieke tweelingrelatie hoort. Ze zijn op een andere manier zusters van elkaar dan de jongste twee. Het is bij hen 'diep houden van' en 'verschrikkelijjke hekel aan elkaar hebben'. Beide gevoelens in extreem. Dit is echt tweelingeigen. het klinkt misschien als een dooddoener, maar als je dit feit accepteert als iets dat bij hen hoort, kun je het makkelijker verdragen.
2)zorg dat de tijd die je voor een ieder apart hebt, stuctureel in de week zit ingeroosterd. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor langer opblijven, waarbij de een bv. op dinsdag dit voorrecht heeft en de ander op donderdag. Leg de andere twee uit dat je deze maatregel neemt om de tweeling te helpen met hun onderlinge ruzies. Kinderen zijn vaak heel loyaal tegenover elkaar als ze de reden begrijpen. De tweeling heeft het nodig, want voor hen is de stap naar een eigen persoon worden, lastiger dan die van de jongste dochters. Zichzelf ontdekken, weten wie ieder is: daarvoor hebben je tweelingdochters één op één contact met jou en hun vader nodig. Ik weet dat je dit al doet, maar het moet nog meer en waarschijnlijk nog gestructureerder.
3) praat met je tweeling over hun gevit. Dat stoort het hele gezin en komt de sfeer niet te goede. Dus: er moeten afspraken komen. Als het begint, moeten ze even naar een andere ruimte, de bijkeuken of naar boven. Spreek een signaal met hen af dat je maakt als het weer begint (voor hen is het zo normaal als ademen, dat ze het niet eens opmerken). Bv. je hand opsteken. Dan weten ze dat ze het doen en dan gaan ze dus uit zichzelf naar boven of ze houden op. Beloon ze voor hun medewerking. Je kunt bv met allevier iets leuks gaan doen als het gevit vermindert (eventueel houd je bij hoe de dagen verlopen, door een zon te tekenen op de dagen dat het beter gaat. Bij een x-aantal zonnetjes is er een beloning).
4) overweeg eventueel verschillende klassen voor volgend jaar. Denk nog niet te veel aan de puberteit, want het kan heel anders lopen dan je denkt. Vaak willen ze dan zelf meer afstand van elkaar. Lees er eventueel over in mijn nieuwe boek.
Tot slot: als je wilt, kan ik je nog verder helpen door middel van een online-consult via Skype. Dan kan ik directer ingaan op dagelijke voorbeelden. Ik woon in Valencia, dus dit is een goede manier om elkaar te spreken.
Met vriendelijke groet
Coks Feenstra




Vraag van Jorinde (Berkeland, Nederland, 23 september 2014)
Beste Coks
Onze twee jongens (eeneiige tweeling) van 5 maken thuis veel ruzie. Ze vliegen elkaar vaak wel 6 x per dag aan, vaak fysiek, krabben schoppen slaan. Veel competitie, of 'dit is van mij'!
Als baby waren het huilbaby's (1jaar lang huilen, en daarna nog 3 jaar ook zeer slechte nachten, waarin ze per persoon een keer of 3,4 wakker werden, voor ons dus 7 keer eruit per nacht, huilen schreeuwen, paniek). Wij zijn hierbij steeds in open contact met huisarts, consultatie bureau (op ons verzoek video training) en zelfs een orthopedagoog geweest. Hier kwamen, behalve dat het wel levendige/ drukke mannetjes kunnen zijn, weinig bijzonders uit. Wij zijn erg gericht op positief belonen, veel buiten, geen agressieve tv. Ook hebben zij gezamenlijk én eigen speelgoed. Tot nu toe gaat het op school goed, qua prestaties en gedrag. alleen vandaag gaf de juf aan dat zij ze ook nu op school wel erg agressief vindt. Ook richting andere kinderen. Ze zitten pas in groep 2, zelfde juf als in gr.1. Daarbij is hun groepje bijna gehalveerd, dus veilig en klein.
Dit alles maakt dat wij regelmatig onzeker zijn over hun gedrag en wat wij eraan zouden kunnen doen.
Heb jij tips/ en waar kan ik nu echt goede tweeling info vinden?
Hartelijke groet,
Jorinde.

Antwoord: Hai Jorinde
Ik antwoord erg laat, vanwege veel werk. Ja, de situaties is niet makkelijk voor jullie. Je jongens hebben hetzelfde gedrag en versterken elkaar daar ook nog eens in. Het zogeheten 'Tweeling escalatie Syndroom'. Ze zullen, apart van elkaar, veel makkelijker in de omgang zijn. Voor hen zou splitsing van klas heel goed kunnen werken. Dan hoeven ze niet meer zo hun terrein te verdedigen en zal de competitie minder worden. Is dit mogelijk? Daarnaast is het ook belangrijk om te zorgen dat ze apart speelafspraken hebben (buitenshuis en binnenshuis) en individúele tijd met jullie hebben. Zorg daar elke week voor. Dat versterkt de band met jullie en zorgt ook voor fijne momenten met elk kind. Iets simpels, zoals elke week met één de boodschappen doen en nog even naar een park, betekent voor hen een leuke excursie, want het houdt één-op-één contact in.
In mijn net opnieuw uitgekomen boek, Het Grote Tweelingenboek, uitgeverij Ad.Donker, vind je veel informatie, ook over drukke tweelingen.
Succes.
met vr groet
Coks Feenstra




Vraag van Carin van Dujardin (Tubbergen, Nederland, 12 augustus 2014)
Is het grote tweelingen - en meerlingen boek ook voor twee-eiige tweelingen?

Antwoord: Hai Carin
Zeker! Twee-eiigen zijn net zo goed tweelingen als de eeneiigen, hoewel er inderdaad soms wel eens gedacht wordt dat de echte tweelingen de eeneiigen zijn. Toch is dit onjuist. Wat een tweeling tot een tweeling maakt, is het feit dat ze in dezelfde maandelijkse cyclus zijn ontstaan en hun prenatale leven hebben gedeeld. Daarom zijn ook tweelingen die op verschillende dagen geboren worden, toch tweelingen.
Daarnaast is 70% van alle tweelingen twee-eiig. En 30% zijn eeneiig. Dus alle reden om in mijn boek over beide types tweelingen te praten.
Het boek is inmiddels uitverkocht, maar komt in oktober opnieuw uit.
Met vriendelijke groet
Coks Feenstra




Vraag van Mia.verfaille (Deurne, Belgie, 15 juli 2014)
Als een tweeling niet van hetzelfde geslacht is zijn er dan medische problemen?

Antwoord: Hai Mia
Nee, dat hoeft absoluut niet zo te zijn. Wel is een feit dat bij tweelingen een iets groter percentaje van de kinderen bij de geboorte een medisch probleem heeft. De kans op medische afwijkingen is iets groter bij eeneiigen dan bij twee-eiigen.
Een tweelingzwangerschap wordt altijd goed begeleid en gecontroleerd. De meeste tweelingen komen gezond ter wereld.
Met vriendelijke groet
Coks Feenstra




Vraag van Bibi van der Lange (Apeldoorn, Nederland, 7 mei 2014)
Ongeveer een jaar geleden heb ik je ook al eens geschreven. Het gaat over onze jongens drieling. Onze jongens (eeneiig) zijn nu 7 jaar. Het zijn geweldige kinderen en ik kan erg van ze genieten. Maar waar ik voornamelijk tegenaan loop is dat ze mij niet lijken te horen en dat als ze mij wel horen, dat het vaak niet schijnt te landen wat ik zeg. Ten eerste moet ik alles zeker 4 keer zeggen voordat ze überhaupt door hebben dat er wat tegen ze gezegd wordt. Dit fenomeen is ook iets wat de kinderen onderling doen. Ze zeggen altijd alles twee of drie, soms vier keer tegen elkaar.
Het zijn alle drie hele drukke praters, de hele dag door. Er zijn weinig momenten van stilte. Er is altijd wel iemand aan het praten. Ik snap dan ook, omdat ik dat zelf ook wel heb, dat je je dan soms automatisch afsluit omdat je anders niet meer zelf kan nadenken. Maar dit is bij onze jongens een gewoonte. En ook naar ons als ouders toe. Maarja, hoe ga ik hiermee om? Hoe doorbreek ik dit patroon.

Antwoord: Hai Bibi
Ik herinner me je vorige vraag. Er spelen hier een aantal dingen mee: je kinderen zijn eeneiig, dus hun manier van doen en praten lijkt erg op elkaar. De genen spelen hier namelijk een grote rol in. Daarnaast versterken ze ook nog eens elkaars reacties, het zogeheten TES-syndroom (twin escalation síndrome) waar je over kan lezen in deze site bij de publicaties. Als er bijvoorbeeld maar een of twee jongens thuiszijn, zal het veel rustiger zijn. Wat kun je doen in je dagelijkse leven? Een aantal tips:
Wil je hen iets zeggen, loop dat naar ze toe en kijk hen aan. Raak even hun schouders aan en maak oogcontact. het beste is om dit individueel te doen, indien mogelijk. Stel dat je boodschap voor alle drie is, vraag ze dan om naar je te kijken en praat pas als je hun aandacht hebt. Daarna kun je eventueel nog vragen of ze het hebben gehoord en hen jouw opmerking laten repeteren. Dan weet je zeker dat je bericht is aangekomen.
Probeer te zorgen dat je vaker met elk kind, ook je dochter, af en toe iets aparts doet. Een boodschap, een eindje fietsen...Ze hebben hier allevier behoefte aan en het zal voor jou een fijne ervaring zijn. Dan zul je merken hoe het kind alles direct hoort wat je zegt. Dit doorbreekt ook je patroon met hen.
Probeer de drieling te stimuleren om aparte ervaringen op te doen. Dus ééntje gaat een nachtje bij de grootouders slapen. Om de beurt. Dit creëert ook weer rust thuis en het helpt hen bij het ontdekken van hun eigen individualiteit. Daarvoor hebben ze ervaringen nodig waarbij ze op zichzelf zijn, zonder hun broertjes.
Je kunt natuurlijk ook kiezen voor een systeem van beloningen. Wordt het luisteren niet echt beter, spreek dan met je jongens af dat je direct luisteren gaat belonen, door een ster te tekenen op een vel papier. Bij bv 5 sterren, krijgt het kind iets lekkers. Halen ze met elkaar veel sterrren binen, dan gaan jullie met zijn allen naar een pretpark. Zo'n soort plan.
Succes. Ik hoor graag hoe het je is vergaan.
Zitten ze bij elkaar in de klas? Ik ben hier nieuwsgierig naar. Hebben ze eigen vriendjes?
Met vrienlijke groet
Coks Feenstra




Vraag van Herman Knepper (Coín (Málaga), spanje, 9 maart 2014)
Hi Coks,
Ik heb 3 dochters, een 1-eïge tweeling van 12 en mijn oudste dochter van bijna 15. We wonen sinds begin 2003 in Spanje, helaas zijn mijn partner en ik ruim 2 jaar gescheiden. Mijn chicas groeien op als S
paanse kindertjes. De 'tweeling' doet het goed op school (ze zitten in de 1e van het instituto) en ook in sociaal opzicht - amigo/as, sport etc. Mijn oudste dochter heeft echter wel problemen. Haar schoolresultaten en inzet zijn niet geweldig (kan de pubertijd zijn, het is ook weer niet rampzalig..) maar ze heeft vooral problemen in de relationele sfeer. Ze heeft eigenlijk nauwelijks amigas - de tutor (klasseleraar) omschreef het zo dat ze erg timida is in de klas en dat hij waarnam dat ze - alhoewel ze soms uitgenodigd wordt door anderen om mee te doen, daar niet op in gaat. Ik ben er niet zeker van dat ze niet af en toe gepest wordt. Ze is erg kwetsbaar, en het gegeven dat de tweeling altijd op één lijn zit maakt denk ik dat ze zich af en toe buitengesloten voelt. Het vreemde is dat ze in contacten met volwassenen weer wel redelijk vlot overkomt - misschien omdat dat minder bedreigend is? Het feit van gescheiden ouders doet de zaak ook geen goed, maar we communiceren wel over de chicas, ze zijn 1 week bij mij en 1 week bij haar. In welke richting zou ik het kunnen zoeken om haar self-esteem en zelfvertrouwen te stimuleren - en dat dan in de Spaanse context? Un saludo cordial, Herman

Antwoord: Hai Herman
De puberteit is een periode waarin het kind niet teveel bemoeienis wil van zijn ouders, maar aan de andere kan wil het juist wel graag aandacht voor zijn of haar problemen. Probeer er dus vooral voor haar te zijn op emotioneel gebied. Probeer te weten wat er in haar omgaat, waar ze zich op verheugt, waar ze tegen op ziet, wat er precies speelt in de aula. Dat lijntje met jou (en haar moeder) is heel belangrijk. Doet ze aan sport of een hobby die ze leuk vindt? Dat geeft nl zelfvertrouwen. Volg ook goed haar schoolresultaten. Het is uit onderzoek bekend dat meisjes die door hun vader worden gesteund bij hun huiswerk, betere resultaten hebben. Het is echter niet makkelijk om daarin de goede middenweg te vinden. Ze moet je belangstelling niet als controle ervaren, want daar is een púber allergisch voor. Doe dingen met haar die ze leuk vindt, bv naar een popconcert. De intieme band tussen haar tweelingzussen zal zeker niet makkelijk voor haar zijn. Dit is ook bekend uit studies. Een goede vriendin kan daar wel bij helpen of een nichtje dat dichtbij haar staat.
Mocht je nog verder willen praten, dan kun je ook een consult-online aanvragen.
Met vr gr
Coks Feenstra




Vraag van Tamara (Leerbeek, BE, 28 februari 2014)
Beste Coks,
wij hebben meisje / jongen van 2.5 jaar. Onze dochter is sinds het instapdagje op school vermoeiend onbegrijpelijk geworden. Ze jammert en huilt de hele tijd! ze wil baby zijn, ze steekt van alles uit, huilt bij alles, wil op de arm,..wil op de schoot, niets is goed genoeg, wat we ook doen. Dit is al een paar weken zo aan de gang. Als ze huilt gaat ze zo hard dat we soms helemaal doof worden bij wijze van.
Ze doen al een tijdje geen middagdutje meer, het instapdagje was halve dag en ze was super enthousiast, we zijn er toen bijgebleven en zagen ook niets abnormaal.Ze kijkt er zelf naar uit om naar te school te gaan volgende week.
Wat we wel gedaan hebben is vergelijken met haar broer als ze zo was, en dat las ik nu net dat beter niet was..! Als ik zeg dat ze stout is, weent ze nog en zegt ze; neen ik geen stout kind, ik flink kind. En dus moeten we haar kalmeren en zeggen dat ze flink is. We hebben al geprobeerd om haar te kalmeren, als ze baby wil zijn, zeggen dat we baby gaan spelen,... maar dit blijft..we weten niet meer wat we kunnen doen.

Antwoord: Hai Tamara
Ja, vergelijken is altijd een negatief iets voor een tweeling. Het maakt hun competitie ook erger. Dus prijs haar voor goed gedrag, maar zonder te vergelijken met haar broer. Het is goed om toe te geven aan haar baby willen zijn. Als die behoefte bevredig wordt, dan gaat het mestaal ook snel weer over. Ik denk dat je dochtertje in tweestrijd zit: aan de ene Kant wil ze wel, aan de andere kan wil ze helemaal nog niet naar school. Kijk het even aan. Je kunt ook besluiten om gewoon nog een tijdje te wachten. Haar broertje kan inmiddels al wel gaan. Dan heeft ze jou mooi voor zich alleen. En dan is deze tijdelijke achteruitgaan in haar ontwikkeling waarschijnlijk ook snel weer over. Kinderen veranderen soms in korte tijd heel erg. Het beste is mestaal om toe te geven waar het kind op dat moment aan toe is.
Sterkte. met vr gr
Coks Feenstra




Vraag van Marieke (Ham, België, 24 november 2013)
Beste Coks,
Fijn om te lezen dat je zoveel weet over tweelingen. Want ik heb vaak het gevoel dat mensen een tweeling hebben onderschatten en het romantischer voorstellen dan het is. Het is wonder, absoluut, maar wel een vermoeiend avontuur. Even een korte schets. Ik heb de meisjes 10 maanden lang borstvoeding gegeven. De eerste maanden sliepen ze in 1 bedje, nadien in hun eigen bedje op dezelfde kamer. Na 4 maanden hielden ze elkaar overdag wakker en nu hebben ze elk hun eigen kamer. Onze identieke meisjes tweeling van 21 maanden maken het ons soms niet makkelijk. Soms lijkt het alsof ze constant strijden en mekaar niet kunnen uitstaan. Zoals ik op deze site al vaker las; bijten, krabben, trekken, duwen, mekaar uitdagen, beide de exclusieve aandacht van de ene ouder willen... Dit zijn dagelijkse fenomenen. Sinds enkele weken wordt het eten aan tafel een probleem. De ene wil soep uit een bord met lepel, de ander ook. Genoeg soep over naar brood, de ander ook. Eentje zegt nee en begint hard te wenen, de ander ook. Zo gaat het tot heuse driftbuien waar je knettergek van wordt. Ze kunnen elkaar zelfs 'pesten' als ze gewoon tegenover elkaar zitten aan tafel. Ik heb het gevoel als ouder dat ik niets meer te zeggen heb en de controle verlies. Ook merk ik dat één van de 2 meisjes het moeilijk heeft met slapen gaan. Ze huilt hard en wil niet dat je de kamer verlaat. Ook wordt ze 's nachts wakker en staat ze recht in bed. Ze wil opgepakt worden en bij mama en papa komen verder slapen. Als je haar niet oppakt, maar zacht neerlegt en een muziekje opzet, krijst ze het zus (en de buren) wakker. Dan zit je met 2 huilers midden nacht. En het gebeurt niet 1x per nacht, maar 3 of 4 keer. Als ouder wil je gewoon slapen en neem je het kind toch op. Ik voel goed aan dat het een foute gewoonte wordt, maar wat kan ik eraan doen? Lieve groeten van een oververmoeide ouder. Bedankt voor je antwoord.

Antwoord: Beste Marieke
Ik begrijp dat je doodmoe bent. De opvoeding van een tweeling is enorm vermoeiend en daar is inderdaad niets romantisch aan. Gelukkig wordt de moeheid minder naarmate de tweeling ouder wordt. Even een paar tips: ten eerste is de gewoonte om je kind bij je in bed te nemen, niet zo slecht als je misschien denkt. Zij voelt zich dan zeker en slaapt beter. Dit komt jullie allemaal ten goede. Misschien is het zelfs voor haar een manier om jou voor zichzelf te hebben. Met het opgroeien zal haar gevoel van angst en behoefte om bij jou te zijn minder worden, dus op een gegeven moment is het alleen slapen geen probleem meer. Je kunt dit probleem echter ook anders oplossen. De meisjes houden elkaar overdag wakker, schrijf je. Laat ze dan de korte slaapjes apart slapen, maar de nachten samen. Onderzoek wijst uit dat jonge tweelingen minder vaak wakker worden en beter slapen als ze samen liggen. Probeer het eens!
Wat betreft hun buien en moeilijke momenten: hier speelt het tweeling -escalatie- syndroom een grote rol. Meer hierover vind je op mijn site, bij publicaties over opvoeding.
Met vr gr
Coks Feenstra




Vraag van Evelyn (BEEK LB, Nederland, 11 augustus 2013)
Geachte mevrouw Feenstra,
Onze vraag gaat over onze tweeling van bijna 11 maanden. Ze zijn heel lief, ook voor elkaar, maar Mila, de oudste pakt alles af van de jongste. En dat zonder ook maar een seconde te twijfelen. Fayenne begint nu ook soms de speeltjes terug te pakken. Toch vind ik het erg vervelend dat alles wat door Fayenne vast wordt gepakt, eigenlijk meteen uit haar handen wordt gegrist. Fayenne daarentegen heeft ook een puntje. Elke keer als ze uit haar drinkbeker drinkt spuugt ze na het laatste slokje alles (op een haast grappige manier) uit. Nu probeer ik het bekertje eerder weg te pakken, maar dit heeft ze volgens mij door. Bekertje wegpakken heeft ook niet het gewenste resultaat want ze moet uiteindelijk toch weer drinken. Altijd als wij op een strenge manier NEE FAYENNE, dat mag niet, zeggen, lacht ze. Al weet ik dat het haast onmogelijk is dat ze het al door heeft, het lijkt er soms wel op dat ze het drinken uitspugen, de lamp omver trekken of haar eten op de grond gooien, met opzet doet, om een reactie van me te krijgen. Hoe kan ik hier het beste mee omgaan, zodat Fayenne soms ook gewoon met speelgoed kan spelen als ze in de buurt van haar zus vertoeft ? Hoe kan ik zorgen dat Fayenne drinkt zonder alles vrolijk ver voor zich uit te spugen?
Uw hulp wordt zeer gewaardeerd!

Antwoord: Hai Evelyn
Wat betreft je eerste vraag: Mila heeft nog niet echt door wat ze doet. Er is bij haar (en bij haar zus) nog niet een 'ik-begrip'. Samen zijn ze een eenheid waarbij het voor hen onduidelijk is waar de een begint en de ander ophoudt. Maw er is nog geen echte kwaadwilligheid in het spel. Ze ziet het speeltje en wil dat hebben. Ze ziet niet dat dat speeltje in handen van haar zusje is. Ik raad je aan om twee aparte ruimtes te creëren in je woonkamer, waardoor de meisjes af en toe apart kunnen spelen. Dat geeft hen beiden rust. Of als je één box hebt, dan zet je hen om de beurt daar even in. Het helpt ze ook om hun eigen 'ik' te begrijpen, net als eentje meenemen voor een boodschap, terwijl de ander bij papa blijft.
Wat betreft het uitspugen: het geeft mi aan dat ze genoeg drinkt. Ik zou er voor kiezen om haar minder drinken te geven. Vul haar beker maar tot een kwart. Als ze meer dorst heeft, zal ze echt niets uitspugen.
Wat betreft het 'nee': het is goed om er mee te beginnen, maar verwacht nog niet te veel. Je zult het vaak moeten herhalen wil het bij je dochtertje(s) doordringen wat dit betekent. Schud ook met je hoofd. Dat is duidelijke taal die ze sneller oppakken. En leid af. Op deze leeftijd kan dat nog heel goed, want hun geheugen is nog kort.
Met vriendelijke groet
Coks Feenstra




Vraag van Miranda van Dijk ( 5 juli 2013)
Hallo,
Mijn tweeling van net 3 jaar (2 meisjes) maken elkaar het leven zuur. Overdag spelen ze niet, ze zijn alleen maar met elkaar bezig. Het begint met stoeien maar loopt al snel uit op slaan, trappen, knijpen en bijten. En ze blijven het maar doen. Als ik ze uit elkaar haal is het na een paar minuten weer mis. We hebben al van alles geprobeerd en worden er zo moe van. Ze gaan zo in elkaar op dat ze ons niet horen of zien. Dit leidt ook tot concentratie problemen omdat ze telkens elkaar in de gaten willen houden.
Wat moeten we hier toch mee doen?

Antwoord: Hai Miranda
Ze kunnen duidelijk nog niet goed samenspelen. Dit heeft voor een deel met hun leeftijd te maken, maar ook met hun karakter. Ik begrijp dat je er moedeloos van wordt.
Wat kun je doen? Maak in je woonkamer een hoek voor het individuele spel. Daar mogen ze om beurten naar toe. Het is een hoekje waarvan ze moeten leren dat alleen eentje er mag spelen. Dit helpt hen bij het concentreren en het lekker even spelen zonder dat de ander komt kijken (lees: lastigvallen). Het zal in het begin lastig zijn, maar je kunt ze leren dat deze plek de individuele speelplek is. Als ze kleiner zouden zijn, zou de box ideaal zijn. Daar zijn ze nu te groot voor, maar het idee is hetzelfde. Wees creatief en maak zo’n hoekje in je huiskamer. En wees duidelijk. Het zal hen beiden goed doen (en jou dus ook).
Gaan ze naar de peuterspeelzaal? Je zou kunnen kiezen voor verschillende ochtenden. Dan heb je dus af en toe eentje alleen thuis. Dit bevordert ook hun spel en bovendien, als ze dan weer samenzijn, is het spelen vaak de eerste uren veel harmonieuzer. Kun je dit niet realiseren, zorg dan toch dat ze regelmatig even zonder elkaar zijn. Papa kan bv een boodschap doen met één of misschien wil een vriendin, die ook moeder is, een van de meisjes meenemen voor een wandeling, even spelen bij haar thuis, etc. Ook de grootouders kunnen hierbij een positieve rol vervullen.
Het samenspelen zal zeker gaan verbeteren, naarmate de ouder worden. Kinderen spelen vanaf vier jaar veel beter samen. Nu zit je tweeling nog voor een deel in de strijd om het ‘ik’. Ze zijn nog druk aan het uitzoeken wie wie is (de vorming van het ‘ik’ dat bij tweelingen langer duurt). Daarom is het af en toe splitsen heel goed voor ze, want het helpt hen in het ontwikkelen van het ‘ik-gevoel’.
Met vriendelijke groet
Coks Feenstra
In mijn boek kun je meer tips lezen. ‘Het Grote Tweelingenboek’, Uitgeverij Ad. Donker.




Vraag van Noynaert Tamara (Leerbeek, Belgie, 15 juni 2013)
Ik heb een tweeling van 22 maanden en 1 van de 2 (het jongetje) bijt wanneer hij boos is, gefrustreerd of verdrietig. Dit doet hij toch al een jaartje zeker. We dachten dat het ging beteren als hij zich meer kon uitdrukken maar nu hij zich meer verstaanbaar kan maken, blijft het doorgaan.Hij bijt vooral op de armen of schouders. ook bij zichzelf in de kinderopvang bv, dan zien we 's avonds dat zijn onderarmen vol beten van zichzelf staan. Wijzelf staan ook vol blauwe plekken en zusje heeft er ook regelmatig bijtafdrukken in onderarmen. We hebben al negeren geprobeerd, kwaad zijn, uitleggen dat het pijn doet,... maar niets helpt.

Antwoord: Hai Tamara
Geef hem een stevige lap waarin hij mag bijten als hij op het punt staat om of wel jullie te bijten of zichzelf. Je kunt hem dit aanleren, door steevast te zeggen op dit cruciale moment: 'Nee, niet hier, maar hier'. En dan laat je hem het lapje zien. Zorg dat je er verschillende bij je hebt, zodat je niet hoeft te zoeken. En stop er een in zijn broekzak.
Als hij nog een speen gebruikt, laat hem dat dan nog een tijdje doen. Bijten is ook een orale behoefte en te vroeg de speen opbergen, kan het bijten verergeren. Verder is het een kwestie van doorzetten, duidelijk blijven in het afkeuren ervan en hem prijzen als hij een tijdje niet bijt. Wat betreft zijn leeftijd, is het niet gek dat het nog voortduurt. Maar het gaat zeker minderen!
Met vr gr
Coks Feenstra




Vraag van Anna Grootenhuis (Haarlem, Nederland, 19 april 2013)
Mijn tweeling, van drie jaar, zit op de peuterspeelzaal. Hun juf vertelde mij dat er een probleem was ontstaan. Toen ze de naam van één van de twee noemde, staken ze allebei hun hand op. De juf zei de beurt was van degene die ze genoemd had en niet van de ander. Haar zusje was ontdaan en huilde. Mijn vraag is nu hoe ik hen allebei kan helpen bij het vinden van hun eigen identiteit. Bij voorbaat, mijn hartelijke dank.

Antwoord: Beste Anna
Dit is op zich niet vreemd. Een tweeling doet er langer over om zijn eigen naam te kennen. Vaak is er een periode waarin ze zichzelf kennen onder de naam van beiden, zoals bij een van je dochters. Je kunt het volgende doen om hen te helpen : maak een mooie poster van elk meisje. Een soort ‘facebook profile’, maar dan van papier: ieder met haar eigen foto, een afbeelding van wat een elk het liefst doet, hun favoriete spelletjes, hun lievelingskleur, hun knuffel en andere aspecten die typerend voor elk van beiden zijn. Hierdoor gaan ze zien dat ze ieder een eigen individu zijn. En ga regelmatig even met één op stap, zoals een boodschapje doen. Ze zullen niet alleen erg genieten van het feit dat ze jou even voor zichzelf hebben, maar het zal ook het ik-gevoel bevorderen. Momenten van eenzaamheid (dwz zonder de ander) zijn namelijk nodig om dit gevoel te ontwikkelen.




Vraag van Rita Bakker (Delft, Nederland, 18 februari 2013)
Beste Coks
Acht jaar geleden ben ik ben met een man getrouwd die een tweelingbroer heeft (ze zijn eeneiigig). Nu is zijn broer onlangs naar Italië verhuisd, omdat hij op een Italiaanse vrouw verliefd is geworden. Mijn man is heel erg triest en ik weet niet meer wat ik moet doen. Soms heb ik moeite met zijn verdriet, want het voelt alsof de kinderen en ik niet genoeg voor hem zijn. En ook ben ik bang dat hij deze situatie niet te boven komt. Het is de eerste keer dat ze zo ver van elkaar verwijderd zijn. Tot nog toe hebben ze altijd samen in een familiebedrijf gewerkt. Hoe kan ik mijn man helpen? Hartelijke dank.
Rita

Antwoord: Hai Rita
Het is begrijpelijk dat je soms jaloerse gevoelens koestert tov hun innige band. Toch is het belangrijk om deze band zo goed mogelijk te begrijpen, want op die manier zul je inzien dat dit niets zegt over jou en jullie kinderen. Het is een gegeven dat de tweelingband, en vooral tussen eeneiigen, heel erg sterk is. We weten uit onderzoek dat gelijke genen een rol speelt bij de vriendschappen die we in ons leven maken. Hoe meer gelijk die zijn, hoe inniger het contact. Stel je voor hoe dat is voor twee personen die identiek aan elkaar zijn en 100% dezelfde genen hebben! Niet zelden voelen ze zich als een deel van de ander. Met andere woorden: als ze gescheiden zijn, kan dat heel moeilijk voor hen zijn. Vooral omdat je man er weinig tot geen ervaring in heeft. Mogelijkerwijs verkeert hij nu in een soort shock. Probeer naast hem te staan en overwin je jaloezie. Jouw hulp en steun zijn nu heel belangrijk. Deze nieuwe ervaring voor hem is ongetwijfeld ook positief. Juist door gescheiden te zijn, leert een ieder zichzelf beter kennen. Waarschijnlijk heeft zijn broer het ook moeilijk. Dit is voor beiden een ingrijpende, maar noodzakelijke ervaring, waar ze zo mogelijk allebei sterker uitkomen. En ook jullie relatie kan juist door deze problemen sterker worden. En nog een geruststellende mededeling: heel vaak komen tweelingen uiteindelijk weer bij elkaar, dus probeer een perspectief op lange termijn niet uit het oog te verliezen!
Sterkte! Met vr gr
Coks Feenstra
In mijn boek, ‘Het Grote Tweelingenboek’, hoofdstuk 21, beschrijf ik de relatie tussen volwassen tweelingen en hun specifieke problemen.




Vraag van Maaike (Lopik, Nederland, 2 februari 2013)
Hallo Coks
Mijn 1-eiige tweelingjongens zijn 2.5 jaar. Ze praten nog nauwelijks. Wel snappen ze vrijwel alles wat ik vraag en handelen daar ook naar (meestal).
Ik lees ze veel voor, praat in duidelijke taal, vertel bij alles wat het is en probeer ze op een speelse manier te prikkelen om te praten. Maar de knop gaat nog niet om.
Ze snappen elkaar volledig en hebben hun eigen taaltje. Andere kinderen van deze leeftijd zijn op taalvlak een stuk verder en ik maak mij er wel eens zorgen over. Sinds gister gaan ze naar de peuterspeelzaal en dan hoop ik dat dat balletje gaat rollen. Wat is jouw ervaring daarin?
Ik ben trouwens een alleenstaande moeder en wellicht speelt dat ook mee. Dat lijkt mij, hoe goed ik ook mn best doe, ook meespelen. Vanwege de 1 op 1 aandacht die ik minder kan geven.
Heel graag jouw visie. Bij voorbaat dankjewel!
Groet,
Maaike

Antwoord: Hai Maaike
Mijn ervaring is dat een peuterspeelzaal helpt.
Soms vinden meerlingouders een met een VVE programma, een voorschool met stimulering. Ken je dat? Een moeder van een eeneiige drieling, ook met achterstand wb spreken, kreeg dit aangeboden en haar drieling ging goed vooruit. Mijn advies is om even af te wachten of deze nieuwe stap een verandering teweegbrengt. Mocht dat niet zo zijn, dan zou ik toch logopedie sessies voor elk kind apart regelen, want dat kan net het zetje zijn dat hen helpt. Op zich komt deze situatie vaak voor, niet alleen vanwege het feit dat jij hen alleen opvoedt. Wat meespeelt, is dat het jongetjes zijn, eeneiig en een eigen taaltje hebben. Een andere maatregel die ook helpt is er voor te zorgen dat met zekere regelmaat een van de jongens een paar uurtjes met Oma doorbrengt en de ander met jou. Dat betekent voor beiden één op één contact en het is bekend dat dat juist het praten enorm stimuleert. Is er geen Oma in de buurt, dan wellicht een leuke oppas of een lieve buurvrouw.
Met vr gr
Coks Feenstra




Vraag van Carla Snijders (Maastricht, Nederland, 30 januari 2013)
Beste Coks
Ik zou graag advies willen voor het volgende: ik heb een drieling van 13 maanden, twee meisjes en een jongen. Hij heeft de laatste tijd de akelige gewoonte om zich met zijn rug op de grond te gooien als hij boos is. De meisjes nemen dit gedrag over. Hoe ga ik hier mee om?
Met vriendelijke groet
Carla Snijders

Antwoord: Beste Carla
Imitatie is een heel gewoon verschijnsel tussen meerlingen. De kinderen imiteren niet alleen de ouders, maar ook elkaar. Het kan tot moeilijke situaties leiden, zoals je al opmerkt: één gooit zich op de grond, de anderen volgen. Omdat ze vervolgens alledrie krijsen, versterken ze elkaar ook nog en duurt de situatie langer voort dan bij één kind het geval zou zijn. In het Engels wordt dit verschijnsel ‘The twin Escalation Syndrome’ genoemd (TES). De driftbui van één eindigt in een driftbui a duo of trio! Of, als de één bestraft wordt voor slecht gedrag (bv voor op het raam timmeren met een speeltje), doet de ander (anderen) het direct na. Of de een begint met zijn eten te gooien, de ander, die tot nog toe goed at, ook.
Hier een aantal adviezen voor deze situatie:
• Blijf kalm. De situatie moet niet nog meer escaleren.
• Focus je aandacht. TES heeft ook te maken met competitie tussen de kinderen (wie krijgt mama’s aandacht?). Richt je op één kind tegelijk en zeg tegen de ander (en) dat hij daarna aan de beurt is. Probeer in het dagelijks leven momenten van één-op-één contact te creëren. Dit vermindert de competitie.
• Leid je kinderen af. En probeer hen af te leiden voor dat de situatie uit de hand loopt.
• Pas ‘Time-out’ toe. Het kind of kinderen moeten even rustig worden, ieder op een eigen plek. Je kunt bv een stoeltje in de kamer hiervoor gebruiken, of de trap. Beter niet hun bed, want dit moet een plek van rust en warmte voor ze zijn. In jouw geval is één minuut voldoende (een minuut voor een jaar, 2 minuten als het kind 2 is, etc.).
• Als je kind op het punt staat zichzelf weer op de grond te gooien, ga dan snel naar hem toe met een kussen. Doe hem voor hoe hij met zijn vuistjes op het kussen kan slaan. Daarmee leer je hem dat hij zijn woede ook op deze manier kan uiten. De woede op zich is niet slecht (een menselijke emotie, net als blijdschap), maar wel de manier waarop hij die uit (zichzelf pijn doen door zich op de grond te gooien). Het is op deze jonge leeftijd gewoon dat een kind zijn gevoelens via lichaamstaal uit: als hij blij is, trappelt of zwaait hij met armen van vreugde; is hij boos, dan stampt hij, houdt zijn adem in, krijst of gooit zich, zoals jouw kind, op de grond. Het is ook goed om zijn gevoel te verwoorden. ‘Ik zie dat je boos bent’. Op die manier leert hij het woord dat bij zijn gevoel hoort en zal hij op een dag kunnen zeggen: ‘ik ben boos’ in plaats van te slaan. Zo ver is het nu nog niet. Voorlopig moet je hem proberen aan te leren om zijn boosheid op een andere manier te uiten. Een kussen is daarbij een goed hulpmiddel. Of een boxbal in het midden van de kamer.
Met vriendelijke groet
Coks Feenstra




Vraag van Janneke Bijlsma (Utrecht, Nederland, 16 januari 2013)
Ik zou graag willen weten wanneer een tweeling zichzelf begint te herkennen in de spiegel. Mijn tweeling, 2 identieke jongens, kijken naar zichzelf en denken dan dat ze hun broertje zien. Ik heb geprobeerd om hen uit te leggen dat ze het zelf zijn, maar het komt niet bij ze binnen. Ze zijn 18 maanden oud.

Antwoord: Beste Janneke
Ze zijn nog net iets te jong om dit te begrijpen. Over het algemeen leren kinderen, die geen tweeling zijn, tussen de 18 en 25 maanden dat het beeld dat de spiegel hen laat zien, zij zelf zijn. Bij tweelingen komt dit ongeveer een half jaar later. Dit begrip heeft alles te maken met de ontwikkeling van hun ‘ik-gevoel’. Dat komt ook bij tweelingen ongeveer een half jaar later dan bij niet-tweelingen. Niet zo verwonderlijk, want ze zijn immers voortdurend samen met hun broer of zus. Bovendien moeten ze niet alleen loskomen van het idee dat ze een deel van moeder zijn, zoals elk kind, maar ook dat ze een los individu zijn, apart van hun tweelinghelft. Het kind ontwikkelt een ‘ik-gevoel’ omdat hij steeds meer dingen zelf gaat doen: zich verplaatsen, eten, praten, weglopen, zich verstoppen etc. Ook bij tweelingen is dit zo, maar er is natuurlijk wel altijd een broertje of zusje dat vaak hetzelfde doet en hem of haar imiteert. Het is dus absoluut niet vreemd dat jouw tweeling zichzelf nog niet herkent. Dit besef zal vanzelf komen. Je kunt ze wel een handje helpen door ze verschillend te kleden. Ook is het af en toe iets ondernemen met één van de twee een ervaring die het ‘ik- gevoel’ stimuleert. Het elkaar missen geeft juist dat besef van dat er aan ander is.
Met vr gr
Coks Feenstra
Meer informatie in 'Het Grote Tweelingenboek', van zwangerschap tot volwassenheid, Uitgeverij Ad. Donker




Vraag van Tineke van Dijk (Amsterdam, Nederland, 10 januari 2013)
Beste Coks
Kan ik mijn tweeling (jongen/meisje) in één wieg leggen? Ik merk nl dat ze dan sneller en langer slapen.
Bedankt.
Tineke

Antwoord: Beste Tineke
Niet zo verwonderlijk dat ze samen lekker slapen, want de baby’s zijn tenslotte gewend om elkaar te voelen en samen te zijn. Het onderwerp is enigzins omstreden: er zijn specialisten die het afraden in verband met een mogelijk verhoogde kans op wiegedood. Volgens deze visie, is het verstandig om de tweeling samen te leggen op hun wakkere momenten, bijvoorbeeld samen in de box of op een speelkleed op de grond, maar niet om te slapen. Daarentegen deed Hellen Ball, arts van de Universiteit van Durham, deed er onderzoek na, bij een groep tweelingbaby’s van wie de helft samensliep en de andere niet. De baby’s werden tijdens hun slaap gefilmd en gecontroleerd. Zij concludeerde in 2006 dat het risico op wiegedood bij het samenslapen in de wieg niet toeneemt bij baby’s onder de drie maanden. Ook vond zij geen bewijs dat de temperatuur bij de kleintjes stijgt (dat is nl een argument tegen, ivm risico op wiegedood), al merkte ze wel op dat ouders de neiging hebben baby’s te dik in te pakken, iets waar ouders dus op moeten letten. Ball concludeerde dat de baby’s die samenslapen, niet vaker wakker worden. Daarentegen sincroniseren ze hun slaapritmes hetgeen voor de moeders een voordeel is.
Als je besluit om de baby’s samen in de wieg te leggen, is het in verband met hun veiligheid goed om met de volgende adviezen rekening te houden:
• Leg de baby’s met hun hoofdjes bij elkaar of zij aan zij. Dit is te verkiezen boven een houding waarin het hoofdje van de een bij de voetjes van de ander ligt.
• Gebruik geen dekbedjes of lakens. Kies voor slaapzakjes.
• Kleed ze niet te dik aan. Teveel warmte of kou zijn een risico-factor.
• Als de baby’s zich gaan omdraaien en elkaar lastig vallen, is het tijd voor aparte wiegen.
Ik woon zelf in Valencia en merk dat het hier onder de ouders vrij gewoon is om hun tweelingen de eerste weken en maanden samen te laten slapen. De angst voor wiegedood is hier minder. Wel slapen de tweelingen op de kamer van de ouders, hetgeen op zich al een factor is die de kans weer kleiner maakt. Dat is dus een beschermende factor. Het wordt aangeraden tot de baby's een half jaar zijn.
Vertrouw op je gevoel en op wat de baby's zelf aangeven.
Met vr gr
Coks Feenstra




Vraag van Bibi van der Lange (Apeldoorn, Nederland, 4 januari 2013)
Beste mevrouw Feenstra,
Bij toeval kwam ik op uw site terecht! Wat leuk! Vooral het verhaal van jongetjes en testosteron verklaarde voor mij een heleboel en gaf mij wat rust! Ik zie het nu ook echt! Het ligt niet aan mijn opvoeding maar aan hun testosteron! Wij hebben een prachtige jongensdrieling van 6 jaar met alle drie zeer extroverte karakters en een meisje daarboven van 7. Thuis heb ik de jongens redelijk goed in de hand. Ze zijn druk hoor maar ok, het zijn er dan ook drie en jongens. Wat een verschil met mijn meisje zeg! Mijn ene vraag gaat over buitenshuis zijn. Soms gaat dat goed maar het meerdendeel van de tijd krijgen ze het opeens op hun heupen. Zeker als ze aandacht krijgen van vreemden. Het lijkt wel een circus dat ik bij me heb! Gek doen, druk doen, raar doen. Dan ben ik alleen maar druk met corrigeren. Het lijkt wel of ze tegelijk ieder hun eigen show aan het opvoeren zijn. Heb je hier tips voor? Mijn tweede vraag gaat over hard praten. Alle drie onze jongens hebben harde heldere hoge stemmetjes. Het lijkt wel of ze niet zacht kunnen praten! Ik zeg het wel 20 keer per dag maar lijkt niet te helpen. Heb je daar ook tips voor?
Ik ben benieuwd iets van je te horen!
Groetjes Bibi

Antwoord: Beste Bibi
Ze willen natuurlijk alledrie de aandacht van de persoon die jullie tegenkomen, hebben. Daarom worden ze druk en halen ze alles uit de kast! Hetzelfde geldt ook voor dat harde praten thuis. Ze moeten het zien te winnen van de ander (en). Ik heb een idee wat zou kunnen helpen. Het is een systeem dat andere meerlingouders bedacht hebben: elk kind een eigen dag! Je deelt de week op in dagen, bv maandag is de dag van de oudste, dinsdag van de 1e zoon, etc. Dan kom je tot donderdag-de rest van de week zijn gewone dagen. Wat betekent dit? Als het de dag is van zoon A, dan mag hij op die dag altijd het eerst zijn verhaal doen, de tv aanzetten, het verhaaltje uitzoeken, naast jou lopen en meer van dat soort dingen die meestal tot strijd leiden. De volgende dag is zoon B aan de beurt. Dit leert de kinderen om niet ongeduldig te zijn, want ze weten dat ze straks weer een hele dag weer voorrang hebben. Denk er eens over na. Het kan een stuk helpen. Je maakt dan een schema en hangt dat bv in de keuken. Je kunt ook het systeem alleen met de jongens doen, dan heeft iedereen zelfs 2 dagen en dan is zondag de dag van de ouders! Misschien is dat nog het beste als je tenmiste je oudste kan uitleggen dat de jongens dit nodig hebben. Zij heeft misschien wel elke avond jullie even voor zich alleen, als het drietal eerder naar bed gaat. Ik ben benieuwd naar je ervaringen!
Met vr gr
Coks Feenstra
p.s. in mijn boek 'Het Grote Tweelingenboek', vind je meer informatie over de opvoeding van drielingen! Het loopt door tot aan de volwassen leeftijd.




Vraag van Bouwens (Breda, Nederland, 6 augustus 2012)
Tweeling van 2.5 jaar twee jongens! Ze zijn heel lief maar ze maken veel ruzie, omdat Noah een baasje is. HIj bijt en slaat heel snel.
Wat is hier aan te doen? Jayden heeft veel bijtplekken. We zetten hem in de hoek of een tik op zijn billen, maar met een luier om helpt dit niet echt.
Groetjes Jolanda

Antwoord: Beste ouders:
Op deze leeftijd heeft een tweeling nog niet echt besef van 'ik' en de ander. Ze zitten nog in de fase van 'wij' en weten niet precies waar de een begint en de ander ophoudt. Daarnaast houden ze van dezelfde dingen en willen ze vaak hetzelfde. Het enige dat helpt, is steeds maara weer de 'stoute' jouw afkeuring laten merken. Kijk boos en zet hem even weg. Op een gegeven moment gaat hij begrijpen dat bijten niet mag. Leer hem ook een woord voor pijn, zoals 'au'. En laat hem een kusje geven op de plek. Langzaamaan zal het bijten minder worden. Het komt veel voor bij tweelingen, omdat ze zo veel bij elkaar in de buurt zitten. Zorg daarom voor momenten dat één in de kinderstoel zit en de ander op de grond speelt; of één in de box. Etc.
Geduld en steeds weer dezelfde afkeurende blik.
Met vr gr
Coks Feenstra




Vraag van Erika (Nederland, 14 mei 2012)
Beste mevrouw Feenstra
Ik ben de moeder van een jongenstweeling van bijna 6 jaar. Ik ben af en toe radeloos door hun drukke gedrag. Mijn grootste zorgen zijn:
- ze vechten zo veel en ze zijn het bijna over alles oneens;
- als ze iets willen vertellen, dan schreeuwen ze zo hard;
- de eerstgeborene wil in alles uitblinken en denkt alles beter te weten.
Ik heb uw artikel over de opvoeding van tweelingen tussen 6-12 jaar gelezen en we hebben ook uw boek 'Het Grote Tweelingenboek', Uitgeverij Ad. Donker, maar heeft u nog andere tips? Zijn er misschien (spel)therapiën, die wij toe zouden kunnen passen, zodat ze leren met elkaar te spelen en goed om te gaan?
Alvast heel erg bedankt voor uw antwoord!

Antwoord: Beste Erika
Ik begrijp dat je af en toe gek wordt van hun gedrag. Hierbij een aantal tips:
• Leer ze om om beurten te praten. Wees heel streng hier in. Als ze het niet doen, gewoon niet luisteren. Ze hebben de leeftijd waarop ze dit kunnen aanleren. Daarmee zal hun geschreeuw ook verminderen: nu doen ze dat, omdat ze bang zijn hun verhaal niet te kunnen doen. Als ze de zekerheid hebben dat ze allebei gehoord worden, hoeven ze dus niet meer te schreeuwen.
• Je ‘oudste’ voelt zich in feite onzeker. Dit is deels aangeboren en daar kun je weinig aan doen, behalve hem veel complimentjes te geven en hem te laten weten dat hij ok is.
• Prijs regelmatig de goede dingen van elk kind. Wees daar gewoon open en eerlijk in. Ze hebben allebei hun leuke en sterkte kanten. Benoem die, zonder de een meer te prijzen dan de ander.
• Ik geloof niet dat ze in therapie hoeven. Wat je beschrijft zijn gewone gedragingen die je bij tweelingen veel ziet. Ook hun leeftijd speelt mee. Het testosterone-nivo is nog zeer hoog. Dit wordt echter met het klimmen van de jaren minder (tot aan de puberteit). Zorg dat ze regelmatig bij een vriendje, zonder elkaar, kunnen spelen. Dat geeft hen ruimte. Dan is er ook af en toe thuis een alleen en heeft dan alle aandacht. Ook bezoekjes bij Opa en Oma, zonder elkaar, zijn aan te raden. Ze genieten dan van de individuele aandacht van hun grootouders.
• Zitten ze in verschillende klassen? Dat lijkt me heel goed. Zo niet, dan zou ik dat zeker overwegen voor het volgende schooljaar.
Met vr groet
Coks Feenstra




Vraag van Marijke (Diepenbeek, België, 12 april 2012)
Hallo, een vraagje ivm onze tweeling van bijna 13 maanden. We hebben een meisje en een jongen en nu is het probleem dat de jongen, Maxime, onze dochter regelmatig "aanvalt". Soms lijkt het een daad van jaloezie, maar soms is er een tel voordien ook helemaal niets aan de hand. Hij duwt haar omver en gaat op haar zitten, houdt haar vast als ze weg wil kruipen...hij is kleiner dan zijn zus maar wel heel sterk. We moeten hem echt van haar af trekken want eens roepen heeft geen zin en als ik hem wegtrek dan heeft hij daar de grootste lol in. Het lijkt voor hem een spel maar zijn zus ziet het niet zo. Kan het zijn dat hij gewoon ruwer wil spelen of is het een zaak van dominantie? Ik zet hem even in het park om rustig te worden als ik hem betrap maar misschien moeten we duidelijk maken dat hij bv met papa ruw mag spelen maar met zus niet...
Kan u ons helpen? Alvast bedankt, Marijke

Antwoord: Hai Marijke
Op deze leeftijd is er nog geen besef van 'pijn doen'. Je tweeling heeft nog geen van beiden echt door wie ze zelf zijn. Maw je zoontje ziet dit als een leuk spelletje en het heeft er zeker mee te maken dat hij, als jongetje, wildere spelletjes doet dan zijn zus. Dit is door het verschil in het testosteron-niveau. Dus het is een goed idee dat papa (of jij) lekker met hem stoeit. Ik raad je aan om hem elke keer te corrigeren, als hij zo met zijn zusje doet. Dus een duidelijk 'nee'. Tenslotte zal hij dit 'nee' gaan overnemen (interiorizeren), maar je zult hem nog wel vaak moeten corrigeren. Prijs hem ook voor zijn positieve manier van contact zoeken met zijn zus!
Met vriendleijke groet
Coks Feenstra




Vraag van Elyzabeth (Holanda, 29 maart 2012)
Onze tweeling, twee-eiig, meisjes en bijna 5 jaar kunnen samen goed spelen. Ze zitten samen in de klas. E. maakt makkelijk vriendjes en is blij en tevreden. Maar P. mist vriendjes, ze rennen bij me weg als ik mee wil doen, zegt ze. Ze ziet het verschil tussen zichzelf en haar zusje. Daarnaast is ze vaak moe en snel gekwetst, huilerig. Makkelijk ontstaat daardoor bij mij irritatie en vervolgens schuldgevoel daarover. Wat kan ik doen om ook P. lekkerder in haar vel te laten zitten?

Antwoord: Hai Betty
Het is vooral belangrijk om goed te beseffen dat elk kind haar eigen karakter heeft. Dat van je ene dochter is blijmoedig en vrolijk, je andere dochter is wat tobberiger en moeilijker in het contact. Doordat ze een tweeling zijn, valt dit verschil nog meer op dan bij kinderen van verschillende leeftijden in hetzelfde gezin. Voor een deel zit daarin ook het probleem: het vergelijken.
In feite kun je als ouder niet veel doen wat betreft het veranderen van een karakter van je kind. Wat wel helpt, is om het kind te accepteren zoals het is en haar te steunen bij die punten die moeilijk voor haar zijn. Hoe? Door haar gevoelens te verwoorden, als ze bv verdrietig, gekwetst of boos is en met haar mee te leven. Bv. ‘de kindjes lopen weg als jij er bij komt……ik zie dat dat je verdrietig maakt’. Door voor haar een steun te zijn, voelt ze zich begrepen en dit zal haar helpen om moeilijkheden te overwinnen. Misschien kan ze ook eens een kindje uit haar klas uitnodigen, het liefst als haar zusje bij een ander klasgenootje speelt.
Ik merk dat je haar gedrag ook irritant en frustrerend vindt. Het is goed om daar over te praten, met bv je partner of een goede vriendin. Raakt het iets in jou of doet het je aan je eigen problemen denken? Hoe meer je er los van staat en er zonder irritatie op kan reageren, hoe fijner voor haar. Dat zal haar weer helpen om zich fijner te voelen. Acceptatie van haar is daarbij heel belangrijk.
Kinderen houden ons altijd een spiegel voor en laten ons zien waar onze eigen problemen liggen. Hoe meer je daar naar wilt kijken, hoe meer je groeit en daarmee ook je kind.
Het lijkt me ook goed om straks bij de eerste klas lagere school te kiezen voor verschillende klassen. Zij zal zich dan niet meer zo veel vergelijken met haar zusje en dat zal haar ook goed doen. Daarmee zal haar eigen kracht meer naar boven kunnen komen.
Succes! Met vr gr
Coks Feenstra




Vraag van Martijn (Nederland, 16 november 2011)
Beste Coks:
Onze kinderen zijn erg schuw bij anderen, terwijl ze de grootste praatjes hebben als ze thuis zijn. Is dat kenmerkend voor tweelingen en heeft dat gevolgen voor school? Kunnen ze bijvoorbeeld minder goed vriendjes maken?

Antwoord: Hai Martijn
Dit gedrag is op zich niet kenmerkend voor tweelingen. Je ziet het ook bij eenlingen. Het heeft te maken met het karakter van de kinderen. Ze kijken eerst de kat uit de boom, zijn verlegen en observeren de situatie voor ze tot actie komen. Het hoeft geen gevolgen te hebben voor de schoolsituatie. Ze zullen op school in het begin juist steun aan elkaar hebben; ze zijn immers samen. Daarbij is het wel belangrijk dat ze beiden eigen contacten gaan maken. De juf of meester doet er dus goed aan om hen –mochten ze in dezelfde klas zitten- in verschillende groepjes te plaatsen. Dat stimuleert hen om met andere kinderen in contact te komen. Alleen in het geval dat de tweeling zich verschuilt achter elkaar en niet met anderen communiceert, is het tweelingzijn een obstakel voor hun sociale ontwikkeling. In dat geval is het goed om een kinderpsycholoog te raadplegen.
Onderzoek wijst uit dat tweelingen in de kleuterleeftijd minder behoefte hebben aan het meenemen van vriendjes naar huis dan eenlingen. Dit is logisch en normaal, ze hebben immers elkaar om te spelen. Ze beginnen hier dan ook later mee, meestal op de lagere school. Dit is echter geen reden tot ongerustheid.
Met vriendelijke groet
Coks Feenstra




Vraag van Veronica (Nederland, 15 september 2011)
Ik heb je een tijd geleden gemaild over onze tweeling die veel ruzie maakt. Dochter Noa en zoon Miguel zijn nu bijna 20 maanden, en het lijkt alleen maar erger te worden. Noa is vrij dominant, in de zin dat ze veel aandacht van ons vraagt (en jaloers is als ik Miguel aandacht geef) en altijd het speeltje oid wilt hebben dat Miguel heeft. Miguel daarentegen gaat meer zijn eigen gang. Terwijl Noa Miguel bv wegduwt, vertoont Miguel aggresiever gedrag, nl bijten en soms slaan. Soms is er een aanleiding (bv het afpakken van een speeltje), soms lijkt het ook uit het niets te komen. Ik weet dat bijten bij deze leeftijd hoort, en dat het vaak te maken kan hebben met emoties niet goed kunnen uiten ivm niet kunnen praten maar wij maken er ons wel wat zorgen over. Noa gaat wat communiceren betreft harder in de ontwikkeling dan Miguel, die nog niet veel woorden zegt en ook minder lijkt te begrijpen dan zijn zusje. Onze aanpak is ze continue in de gaten te houden, Noa proberen uit te leggen dat ze niet altijd alle aandacht/speelgoed kan hebben en bijten of slaan ´straffen´ (vind ik een naar woord, vooral voor deze leeftijd) door 2 minuten op de zgn denkstoel. Ook proberen we af en toe ieder apart met één kind op stap gaan, en dan zijn ze een stuk makkelijker in de omgang. Ze zijn duidelijk gek op elkaar, hebben ook heel veel lol samen en vragen altijd naar elkaar (Miguel noemt zijn zusje Miguel, heel grappig) maar zitten elkaar ook in de weg. Behalve dat het heel vermoeiend voor ons is, vind ik het voor henzelf ook erg vervelend. We vragen ons af of met een andere aanpak de verhouding tussen Noa en Miguel kan verbeteren, of dat het misschien een idee is ze door een kinderpsycholoog/pedagoog te laten observeren voor tips. Alvast bedankt voor eventueel advies.

Antwoord: Hai Veronica
Wat je vertelt, klinkt allemaal heel bekend en normaal. Het is geen reden om een psycholoog naar je tweetal te laten kijken! Een aantal tips:
- leer de kinderen, vooral de bijter, woorden voor zijn frustraties, zoals 'Nu ik', 'Om de beurt', 'Ik even', etc. Langzaamaan zullen de woorden plaatsmaken voor het bijten.
- zorg dat ze elke dag een flinke poos buiten kunnen spelen. Ze hebben fysieke ruimte nodig om niet zo op elkaar te letten en lekker bezig te zijn. Ook in huis kun je proberen dit soort momentjes te creëren: één gaat met papa vast in het bad, de ander is even bij jou.
- een aantal ochtenden op de peuterspeelzaal (crèche) zal ze goed doen. Wel samen in dezelfde klas, want ze hebben steun aan elkaar. Toch zie je vaak dat twee-eiige tweelingen vaak elk hun eigen vriendjes gaan maken. Dit geeft ze ook weer wat ruimte en daardoor spelen ze daarna thuis weer beter.
- houd voor ogen dat ze allebei nog niet een duidelijk idee van het eigen 'ik' hebben. Het is dan ook niet vreemd dat Miguel zijn zusje met zijn eigen naam aanspreekt. Ze zijn nog een 'twee-eenheid'. Daarom hebben ze vele conflicten; ze weten vaak niet goed waar de ene begint en de ander ophoudt, vandaar het vele duwen, bijten, slaan, trekken etc. Toch zijn deze ruzies wel nuttig; het leert hen het samenspelen en het 'ik'gevoel. Je zult zien hoe ze steeds beter samen gaan spelen en straks helemaal op elkaar ingespeeld zijn. Met vier jaar spelen tweelingen vaak veel hechter en vreedzamer dan andere kinderen van die leeftijd. Het is een kwestie van geduld hebben (en een aantal maatregelingen treffen, zoals met één op stap, hen scheiden, woordjes leren, naar buiten.....etc.).
- meisjes ontwikkelen zich meestal sneller in een Jongen/meisje tweeling. Een meisje is vanwege haar specifieke brein sneller met taal en beter in comunicatie. Daarnaast heeft een meisje van een j/m tweeling een stevige portie testosteron van haar broertje meegekregen in hun gezamenlijke prenatale leven, waardoor ze heel vaak een 'pittige dame' is. Ik denk trouwens dat voor hen de ruzies een gewoon gegeven is. Voor jullie is het veel lastiger, vooral als je gesteld bent op een harmonieuze sfeer in huis. Dit is echter met kleine kinderen lang niet altijd haalbaar. Het komt wel met de jaren! Nog een laatste gegeven, uit recent onderzoek: kinderen die ruziën, hebben later een hechtere band dan kinderen die aangeleerd wordt om dat niet te doen. Die ruziën minder, maar gaan ook meer hun eigen gang.
Met vriendelijke groet
Coks Feenstra




Vraag van Milla (Utrecht, 17 juni 2011)
Hallo Coks,
Wij hebben een eeneige tweeling van 6 jaar, allebei apart lieve meiden maar samen zijn ze vaak niet te houden.
Ze kunnen niet met, maar daarentegen ook niet zonder elkaar.
Elkaar uitdagen, ruzien, vechten en weer 5 minuten leuk spelen, het wisselt elkaar de hele dag af. Bijzonder vermoeiend voor ons en leuk is anders ook voor hun grote zus van 9 omdat veel aandacht naar de tweeling gaat.
een beloningssysteem werkt vaak maar even, afspraken zijn er om vooral niet na te komen volgens de tweeling, het doet ze allemaal niet zoveel lijkt het wel.
De omgeving vind ze altijd zo schattig (wat ook niet echt meehelpt) maar thuis zijn 't echt 2 duiveltjes
hoe kunnen we nu dit juist aanpakken?
Alvast vriendelijk bedankt!

Antwoord: Hai Milla
Ik begrijp dat je gek wordt van hun gevit en gedoe. Wat ik je aanraad, is om je er vooral niet mee te bemoeien. Op die manier wordt het minder aantrekkelijk, want ze krijgen er geen aandacht door (negatieve aandacht van moeder of vader is tenslotte altijd nog aandacht). Verder is het misschien goed om te bedenken dat zij het wellicht heel anders ervaren en bedoelen. Een moeder, van een eeneiige meisjesdrieling, had nl hetzelfde probleem en toen zij een keer verzuchtte dat ze er gek van werd, zei het drietal: 'Maar mama, zo erg is het toch niet? Wij menen het helemaal niet, het is maar een spel'. Vanaf dat moment kon ze het beter aan. Een vraag aan jou: 'Is dit gedrag atlijd zo geweest of iets recents? Zitten ze sinds kort in aparte klassen?' Dit wil nl nogwel eens de harmonie in hun relatie verstoren. In dat geval zou hun relatie in een vakantie-tijd moeten verbeteren. Ik hoor het graag nog eens van je. In dat geval is samenplaatsen een oplossing tot ze groot genoeg zijn en zelf een scheiding van klassen willen, vooral als er geen andere redenen zijn tot splitsing. In zo'n geval zie je dat een tweeling elkaar als het ware kwijt raakt en ze eerst lang moeten kibbelen voor ze elkaar weer vinden.
Met vriendelijke groet
Coks Feenstra




Vraag van Diana (Utrecht, Nederland, 25 mei 2011)
Geachte mevrouw Feenstra
Met veel interesse heb ik een lezing van u mogen volgen in het VU, georganiseerd door het NVOM. Dit brengt mij ertoe u om raad te vragen. Op dit moment maken wij een (voor ons) moeilijk te doorgronden situatie mee met onze tweejarige, eeneiige tweeling en ik zou deze kwestie bij deze graag aan u willen voorleggen.
Onze tweeling hield elkaar rond de leeftijd van 10mnd dermate wakker, dat we ze vanaf die tijd aparte slaapkamers hebben gegeven. Sinds die tijd slapen ze erg goed. Ze slapen sinds hun geboorte met een fopspeentje. Nu hoorden we onlangs dat de zuigbehoefte met een half jaar al verdwijnt en dat het aan te bevelen is om zeker na 1 jaar te stoppen met het speentje ter voorkoming van verschillende problemen.
Wij zijn dus gestopt, hebben de meiden een mooi verhaaltje verteld over hun speeltje Kitty dat een baby is en nu hun speentje krijgt en dat zij al een grote meid zijn en dus zonder speentje kunnen slapen. Onze ene dochter pakt dit tot onze verbazing moeiteloos op en straalt zelfs wanneer ze (nog steeds) elke avond voor 't slapen gaan vertelt dat ze een 'grote meid' is.
Onze andere dochter is echter sindsdien volledig uit haar doen. Ze slaapt nauwelijks meer bij haar middagslaapje en 's avonds huilt ze net zo lang tot er iemand komt. (Zelfs tot 40 minuten toe). Ze lijkt zich eenzaam of niet veilig te voelen, roept vaak om haar zusje of papa of mama. We willen graag volhouden, enerzijds omdat het beter voor haar is, en anderzijds omdat anders de afgelopen weken niets hebben opgeleverd. Aan de andere kant willen we haar ook niet langer zo verdrietig zien. Nu schoot ons te binnen dat zij wellicht haar speentje vanaf de geboorte als een soort surrogaat heeft gezien van het 'dicht bij haar zusje in de baarmoeder' zijn. Of is dit te ver gezocht? En zo ja, wat kunnen we hier dan aan doen?
Naast deze, hebben we nog paar verklaringen/oplossingen:
-We twijfelen of we haar weer op één kamer bij haar zusje moeten leggen (als haar verdriet/onrust/paniek komt door eenzaam of onveilig zijn), maar doen we haar zusje hiermee wel goed?
-Het lijkt erop dat zij wat slechter tegen veranderingen kan (op een weekje weg kreeg ze naarmate de week vorderde steeds meer driftbuien): is dit een voorbeeld hiervan en moeten we gewoon nog even volhouden?
We hopen van harte dat u ervaring heeft met een soortgelijke situatie of een suggestie heeft voor een oorzaak of oplossing, want voor haar (maar ook voor ons!) wordt dit behoorlijk slopend.
Bijvoorbaat hartelijk dank voor uw interesse, tijd en eventuele antwoord.
Met vriendelijke groet,
Diana

Antwoord: Hai Diana
Ik begrijp jullie twijfel. Ik denk inderdaad dat, zoals jij al aangeeft, je ene dochtertje wat meer tijd nodig heeft voor veranderingen. Ze is iets minder ver in haar emotionele ontwikkeling. Het speentje is voor haar een troostobject, wat ze nog steeds nodig heeft.
Als zij het niet de hele nacht in heeft, maar na het inslapen uit haar mond laat vallen, is er mijn insziens niets op tegen om haar toch nog een tijdje het speentje te laten. Op die manier keert de rust voor haar en jullie weer terug. Daarmee komen jullie aan haar behoefte tegemoet. Dit kunnen jullie ook gewoon aan haar zusje uitleggen.
Mijn vermoeden is dat ze binnen niet al te lange tijd (een aantal maanden, hoogstens een half jaar) het speentje niet meer nodig heeft. Jullie kunnen het dan weer proberen of wie weet, geeft ze het zelf wel aan. Om haar bij haar zusje te laten slapen, weet ik niet of dat voldoende steun voor haar oplevert. Bovendien bestaat dan weer de kans dat er een nieuw probleem ontstaat: elkaar wakker houden en later in slaap vallen.
Het gebruik van een speentje op twee-jarige leeftijd als een manier om in slaap te vallen, is naar mijn idee absoluut niet verontrustend. Het is natuurlijk een ander verhaal als ze het de hele nacht inhoudt, maar dat gebeurt eigenlijk maar zelden. Mocht dat wel zo zijn, schrijf me dat dan maar even. Dan moeten we een andere strategie bedenken.
Veel succes! Ik hoor graag nog eens hoe het is gegaan.
Met vriendelijke groet
Coks Feenstra




Coks Feenstra - Psicóloga Infantil

Je vraag

Vul alsjeblieft de velden hieronder in. Je e-mail adres verschijnt nergens, alleen je naam en herkomst. Ik kan je vraag bewerken naar eigen goeddunken.

  * Verplichte velden
* Naam:
* Por favor no llenar / leeg laten a.u.b.:
* E-mail:
Land:
Gemeente:
* Vraag:
  Kopieëer alsjeblieft de code links in het rechter vak.
Code:
Kopieëer alsjeblieft de code links in het rechter vak.  
 

design by Gissel Enriquez - development by Jeronimo Design